1. Home
  2. Blog
  3. Wetenschappelijke studies

Wetenschappelijke studies over hypnose

Ben je op zoek naar wetenschappelijk bewijs dat hypnose werkt? Hier bieden we een overzicht van studies waarin de effectiviteit van hypnose is aangetoond.

Hypnose – allesbehalve show

Over hypnose doen heel wat vooroordelen de ronde. Aan de grondslag van die

misverstanden? Een gebrek aan feitelijke kennis over de materie, en ‘showhypnotiseurs’

die mensen met een vingerknip in een trance lijken te brengen. 

Toch komt er bij hypnotherapie géén hocus pocus kijken. 

Integendeel: het is een wetenschappelijk onderbouwde techniek om gedachte-, gevoels- en gedragspatronen te veranderen via het onderbewustzijn.

"Hypnose is allesbehalve hocus pocus; het is een wetenschappelijk onderbouwde techniek."

Hypnotherapie – Een krachtig instrument voor verandering

Tijdens de hypnose bevindt de cliënt zich in een bewustzijnstoestand van ontspanning en concentratie.

Ondertussen geeft de therapeut suggesties om veranderingen teweeg te
brengen in perceptie en gedrag, gedachten en gevoelens.

Hypnose dient als hulpmiddel
bij verschillende therapievormen: van stressmanagement en afslanken tot stoppen met roken en komaf maken met fobieën.

Wetenschappelijk onderzoek

Hypnose is een belangrijk hulpmiddel in de geneeskunde en de psychotherapie. Dankzij

wereldwijd onderzoek staat het onomstotelijk vast dat hypnosetherapie een positief

effect heeft bij het aanpakken van psychische en lichamelijke problemen.

Hieronder vindt u een greep uit de wetenschappelijke studies die de effectiviteit van hypnotherapie onderschrijven.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij afvallen

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij gewichtsverlies onderzocht en tonen veelbelovende resultaten bij mensen met overgewicht of obesitas. Deze onderzoeken wijzen erop dat hypnose niet alleen kan bijdragen aan het verminderen van eetimpulsen en calorie-inname, maar ook aan het verbeteren van verzadiging, levenskwaliteit en biologische markers zoals ontsteking en hormoonniveaus:

  • “Effects of hypnotherapy on weight loss and thus on serum leptin, adiponectin, and irisin levels in obese patients” (Serpil Erşan, 2020), gepubliceerd in The Journal of Alternative and Complementary Medicine, onderzocht het effect van hypnotherapie op gewichtsverlies en veranderingen in hormonale markers bij mensen met obesitas.

    In dit onderzoek namen 32 volwassenen met een BMI ≥30 deel aan een programma van 10 wekelijkse hypnotherapiesessies. Voor en na de interventie werden hun BMI en bloedwaarden (leptine, adiponectine en irisine) gemeten. Na afloop bleek dat deelnemers gemiddeld 2 BMI-punten verloren, met een significante daling in leptinespiegels en een stijging in adiponectine en irisine—stoffen die betrokken zijn bij vetverbranding en eetlustregulatie.

    De auteurs concluderen dat hypnotherapie een veilige, betaalbare en effectieve aanpak is om gewichtsverlies te ondersteunen, met meetbare biologische effecten.

  • “Hypnosis reduces food impulsivity in patients with obesity and high levels of disinhibition: HYPNODIET randomized controlled clinical trial” (Fabienne Delestre, et al., 2022), gepubliceerd in The American Journal of Clinical Nutrition, onderzocht of hypnose en zelfhypnose kunnen helpen bij mensen met obesitas en een sterke neiging tot impulsief eetgedrag.

    In deze onderzoek werden 82 volwassenen (BMI 30–40) willekeurig toegewezen aan twee groepen: een groep kreeg enkel voedingseducatie, de andere kreeg naast voedingseducatie ook 8 sessies hypnose en training in zelfhypnose. Na 8 maanden bleek dat 67,7% van de hypnosegroep hun eetimpulsiviteit normaliseerde, tegenover slechts 11,1% in de controlegroep.

    Daarnaast vertoonde de hypnosegroep betere resultaten in gewichtsverlies, BMI, en hongerregulatie. De studie concludeert dat hypnose een veelbelovende methode is om diepgeworteld eetgedrag aan te pakken bij mensen met obesitas, met een positief effect op zowel gedrag als gewicht.

  • “Hypnotherapy for overweight and obese patients: A narrative review” (Nurul Afiedia Roslim, et al., 2021), gepubliceerd in Journal of Integrative Medicine, geeft een overzicht van bestaande wetenschappelijke studies over het gebruik van hypnotherapie bij mensen met overgewicht of obesitas.

    De auteurs analyseerden zeven studies met in totaal 539 deelnemers, voornamelijk vrouwen, tussen 17 en 67 jaar. In vrijwel alle onderzoeken werd hypnotherapie gecombineerd met dieet- en gedragsadvies. De resultaten suggereren dat hypnotherapie niet alleen gewichtsverlies tijdens de behandelfase bevordert, maar ook blijvende resultaten na afloop kan opleveren.

    Daarnaast rapporteerden meerdere studies een verbetering in eetgedrag, fysieke activiteit en kwaliteit van leven bij deelnemers die hypnose ondergingen.

  • “The effectiveness of hypnosis as an intervention for obesity: A meta-analytic review” (Leonard S. Milling, 2018), gepubliceerd in American Psychological Association, evalueert de effectiviteit van hypnose bij gewichtsverlies aan de hand van twee meta-analyses.

    De eerste meta-analyse, gebaseerd op 14 studies, toont dat deelnemers die hypnose kregen meer gewicht verloren dan 94% van de controlegroep, met een grote effectgrootte aan het einde van de behandeling. Ook op lange termijn (gemiddeld 6 maanden follow-up) bleef dit effect zichtbaar.

    De tweede analyse vergeleek cognitieve gedragstherapie (CGT) met CGT gecombineerd met hypnose. De gecombineerde aanpak bleek vooral op lange termijn duidelijk effectiever met gemiddeld meer gewichtsverlies dan bij CGT alleen.

    De auteurs concluderen dat hypnose een krachtige en veelbelovende techniek is om gewichtsverlies te bevorderen. De resultaten suggereren dat hypnose een serieuze plaats verdient in behandelprogramma’s voor obesitas.

  • “Effects of self-conditioning techniques (self-hypnosis) in promoting weight loss in patients with severe obesity: A randomized controlled trial” (Simona Bo, et al., 2018), gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Wiley, onderzocht of hypnose een waardevolle aanvulling kan zijn bij mensen met ernstig overgewicht.

    Aan de studie namen 120 volwassenen deel met een BMI tussen 35 en 50. Alle deelnemers kregen gepersonaliseerde voedings- en bewegingsadviezen. De helft van de groep volgde daarnaast drie hypnosesessies. De resultaten toonden aan dat wie regelmatig hypnose genoot, significant meer gewicht verloor en aanzienlijk minder calorieën innam.

    Daarnaast werden in de hypnosegroep betere scores gemeten op verzadigingsgevoel, levenskwaliteit en ontstekingswaarden (CRP). De onderzoekers concludeerden dat hypnose duidelijke voordelen biedt en het dus een veelbelovende ondersteuning kan zijn bij leefstijlverandering.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over afvallen met hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij alcoholverslaving

Verschillende peer-reviewed studies en casestudies hebben aangetoond dat hypnotherapie veelbelovende resultaten kan opleveren bij de aanpak van alcoholverslaving:

  • In het artikel “Covert sensitization revisited: Six case studies” (David Kraft, 2005), gepubliceerd in het vakblad Contemporary Hypnosis, wordt de behandeling van zes cliënten met diverse gedragsproblemen besproken, waaronder een vrouw met een langdurige alcoholverslaving.

    De patiënte, een 52-jarige vrouw genaamd Sheila, gebruikte dagelijks grote hoeveelheden witte wijn. Tijdens de hypnotherapie werd gebruikgemaakt van een techniek waarbij gevoelens van misselijkheid en afkeer gekoppeld worden aan het verlangen naar alcohol, volledig binnen de verbeelding en onder hypnose. Ze kreeg ook zelfhypnose aangeleerd om dit effect dagelijks te versterken.

    Na slechts drie sessies meldde Sheila een volledige afkeer van alcohol. Ze bleef tien maanden nuchter, en na een terugval keerde ze vrijwillig terug voor drie boostersessies. Bij een opvolging na 15 maanden bleek ze opnieuw volledig abstinent en voelde ze zich sterk en gemotiveerd.

    De auteurs concluderen dat deze vorm van hypnotherapie een snelle, kosteneffectieve en krachtige methode kan zijn om alcoholgebruik te stoppen, vooral wanneer het gericht is op het doorbreken van de craving zelf in plaats van het gedrag.

  • In de casestudy “Reframing of an addiction via hypnotherapy: a case presentation” (Orman, D. J., 1991), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, wordt het herstelproces beschreven van een man met een gecombineerde alcoholverslaving en drugsverslaving.

    De behandeling met hypnose hield in technieken zoals pattern interruption en symbolische opdrachten om een eerste staat van onthouding te realiseren. De meeste sessies waren gericht op leeftijdsregressie onder hypnose naar momenten uit het verleden die verband hielden met zijn middelengebruik.
    Tijdens deze regressies gebruikte de therapeut een techniek waarmee hij de ervaringen hielp herschrijven en er nieuwe inzichten uit liet halen. De cliënt werd daarna hypnotisch geprojecteerd naar toekomstscenario’s waarin hij met succes nuchter bleef.

    Het resultaat? De cliënt bleef volledig abstinent tijdens de behandeling én bij zowel de 6-maanden- als de 1-jaar-follow-up.

    Deze casestudy benadrukt het potentieel van hypnotherapie bij verslaving, vooral wanneer technieken als regressie, reframing en toekomstvisualisatie worden geïntegreerd tot een krachtig geheel.

  • In de studie “Self-hypnosis relapse prevention training with chronic drug/alcohol users” (Ronald J. Pekala et al., 2004), gepubliceerd in het American Journal of Clinical Hypnosis, werd het effect van zelfhypnose vergeleken met andere behandelingsvormen bij 261 chronische alcohol- en drugsgebruikers binnen de Veteranenzorg.

    De deelnemers werden verdeeld in vier groepen: een zelfhypnosegroep, een cognitief-gedragstherapeutische groep (TCB), een stressmanagementgroep (placebo-aandacht), en een controlegroep. Na 7 weken volgden de onderzoekers de deelnemers op en bekeken ze zowel terugvalcijfers als psychologische parameters.

    Opvallend resultaat: deelnemers die de zelfhypnose minstens 3 tot 5 keer per week gebruikten, rapporteerden de hoogste niveaus van zelfvertrouwen en innerlijke rust, én de laagste scores op woede en impulsiviteit. Dit effect werd niet waargenomen bij de andere behandelgroepen.

    In alle groepen bleef ongeveer 87% van de deelnemers nuchter. Maar in de hypnosegroep zagen de onderzoekers nog iets opvallends: de mensen die het vaakst naar de zelfhypnose luisterden, en die makkelijk in hypnose gingen, bleven veel vaker succesvol. Dit gold niet voor de andere groepen.

    Deze studie onderstreept dat hypnose een krachtige aanvulling kan zijn op terugvalpreventie bij verslavingszorg.

  • In de studie “Intensive therapy: utilizing hypnosis in the treatment of substance abuse disorders” (Greg Potter, 2004) gepubliceerd in het American Journal of Clinical Hypnosis, werd een intensief hypnoseprogramma getest bij mensen met ernstige verslavingsproblemen.

    De aanpak bestond uit 20 hypnosesessies verspreid over 4 weken: vijf sessies per week, telkens met diepe ontspanning, suggesties en technieken om het verlangen naar alcohol of drugs te doorbreken. De therapie werd aangepast aan de persoonlijke situatie van elke deelnemer.

    De resultaten waren opvallend: van de 18 deelnemers bleven 14 minstens een jaar lang volledig vrij van middelengebruik. Dat komt neer op een slagingspercentage van 77%. Sommige cliënten die eerder hervielen, kwamen terug voor nabehandeling en bereikten alsnog langdurige nuchterheid.

    De therapeut merkte op dat hypnose mensen hielp om stress beter te verwerken, hun zelfbeeld te versterken en verlangen naar alcohol of drugs om te buigen naar controle en vrijheid. Deze casereeks toont aan dat hypnose – vooral als het intensief en persoonlijk wordt ingezet – een krachtige steun kan zijn bij het overwinnen van een verslaving.

  • In de studie “A Study on Effectiveness of Hypnotherapy Techniques on Withdrawal Symptoms” (Shweta Srivastava, 2021), gepubliceerd in Humanities and Development, werd onderzocht hoe hypnotherapie kan helpen bij het verminderen van ontwenningsverschijnselen bij mensen met een verslaving aan alcohol, drugs of nicotine.

    De onderzoekers beschrijven hoe hypnotische technieken bijdragen aan het verminderen van klachten zoals angst, slapeloosheid, spierpijn, prikkelbaarheid en intense drang om opnieuw te gebruiken. Hypnose helpt cliënten om opnieuw contact te maken met hun lichaam, rust te vinden, en een gevoel van controle terug te winnen.

    De auteurs geven aan dat conventionele afkickprogramma’s vaak maar een langdurig succespercentage van 2% hebben, terwijl programma’s die hypnose gebruiken tussen de 60% en 70% slagen als ze goed worden toegepast.

    De conclusie van de studie is dat hypnotherapie een veelbelovende rol speelt in het verlichten van zowel fysieke als emotionele ontwenningsklachten, en dat het de kans op terugval aanzienlijk kan verkleinen.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over stoppen met drinken onder hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij angst en angststoornissen - sociale angst - faalangst

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij de behandeling van angst en angststoornissen onderzocht en tonen veelbelovende resultaten:

  • “Effectiveness of hypnotherapy in anxiety disorders: a systematic review“ (Aile Trumm, 2018), een masterproef aan Middlesex University, onderzocht de bestaande wetenschappelijke literatuur over de inzet van hypnotherapie bij angststoornissen.

    In totaal werden drie gecontroleerde onderzoeken geselecteerd, met samen 320 deelnemers. De studies betroffen zowel volwassenen als kinderen met verschillende vormen van angst, waaronder posttraumatische stressstoornis (PTSS).

    In alle drie de studies werd een significante verbetering van de angstklachten gerapporteerd bij de groep die hypnotherapie ontving, vergeleken met controlegroepen (zoals placebo, gebruikelijke zorg of andere therapieën).

  • “The efficacy of hypnosis as a treatment for anxiety: a meta-analysis” (Leonard S. Milling et al., 2019), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, vat de resultaten samen van 17 wetenschappelijke onderzoeken waarbij hypnose werd vergeleken met een controlegroep.

    Uit de analyse bleek dat mensen die hypnose kregen gemiddeld meer angstvermindering ervaarden dan 79% van de mensen die geen hypnose kregen. Bij een latere opvolging na de therapie bleek dat deelnemers die hypnose hadden gevolgd zelfs beter scoorden dan 84% van de controlegroep.

  • “Self-hypnosis training in anxiety reduction“ (R. W. Farnbach et al., 1978), gepubliceerd in Australian Family Physician, onderzocht de effectiviteit van zelfhypnose bij angstklachten in een huisartsenpraktijk.

    Drieëntwintig volwassen patiënten met angstproblemen kregen audio voor zelfhypnose. Ze werden geacht de opnames te beluisteren gedurende zes weken.

    Na zes weken bleek uit psychologische metingen én een daling in bloeddruk dat de angstniveaus duidelijk waren verminderd. Sommige deelnemers verminderden zelfs hun gebruik van angstremmers (medicatie).

    Bij een opvolging negen maanden later, waarbij deelnemers opnieuw werden geëvalueerd, bleken de positieve effecten nog steeds aanwezig. Dit wijst erop dat hypnose een duurzame, niet-medicamenteuze aanpak kan bieden voor angst.

  • “Close your eyes and relax: the role of hypnosis in reducing anxiety, and its implications for the prevention of cardiovascular diseases“ (Donato Giuseppe Leo et al., 2024), gepubliceerd in Frontiers in Psychology, geeft een uitgebreid overzicht van de wetenschappelijke literatuur over de impact van hypnose op angst.

    Hypnose wordt in dit overzicht erkend als een effectieve methode om angst en stress te verminderen. Daarbij wordt verwezen naar verschillende studies waarin hypnose zorgde voor een directe afname van angst, zelfs bij medische ingrepen, chronische aandoeningen en sportprestaties.

    Onder meer wordt verwezen naar een meta-analyse waarin mensen die hypnose kregen beter scoorden dan 84% van de controlegroep zonder hypnose. Ook beschrijven de auteurs een studie waarbij 60 deelnemers, onderworpen aan een acute stresstest, via hypnose beter konden omgaan met stress. Andere onderzoeken tonen gunstige effecten van hypnose op examenangst, prestatieangst bij atleten, en angst bij kankerpatiënten. Bij sommige interventies werden de deelnemers tot wel twee jaar opgevolgd, waarbij blijvende dalingen in angstniveaus en bloeddruk werden vastgesteld.

    Op fysiologisch niveau blijkt hypnose ook een directe invloed te hebben op het autonome zenuwstelsel: het verhoogt de parasympathische (rustgevende) activiteit en onderdrukt de sympathische (stress gerelateerde) activatie. Dit zou kunnen bijdragen aan een betere hartgezondheid en een lager risico op hartziekten.

    De auteurs pleiten ervoor om hypnose als aanvullende interventie op te nemen in de klinische zorg. Hypnose zou niet alleen de mentale gezondheid verbeteren, maar ook het lichamelijke welzijn versterken en de druk op het zorgsysteem verlagen.

  • “Hypnosis as a non-pharmacological intervention for invasive medical procedures: a systematic review and meta-analytic update“ (Nike Walter et al., 2025), gepubliceerd in de Journal of Psychosomatic Research, onderzocht of hypnose helpt om angst te verminderen bij mensen die een medische ingreep ondergaan.

    In totaal werden 20 gecontroleerde studies met 1250 deelnemers geanalyseerd. Uit het overzicht bleek dat hypnose duidelijk hielp om angst te verlagen tijdens ingrepen zoals hartonderzoeken, kijkoperaties en andere medische procedures.

    Ook de lichamelijke reacties op stress, zoals verhoogde hartslag en bloeddruk, daalden bij wie hypnose kreeg. Vooral mensen die van tevoren veel angst hadden, reageerden sterker op de hypnose.

    De studie laat zien dat hypnose een veilige en effectieve manier is om angst te verminderen zonder medicijnen en met blijvend effect, zeker wanneer de hypnose live of via een interactieve methode werd toegepast.


SOCIALE ANGSTSTOORNIS:

 

  • “Hypnotherapy modulating early and late event-related potentials components of face processing in social anxiety” (Han Zhang et al., 2024), gepubliceerd in Frontiers in Psychiatry, beschrijft een onderzoek bij 69 studenten met een sociale angststoornis.

    De deelnemers volgden zes wekelijkse hypnotherapiesessies van telkens 30 minuten. De resultaten toonden niet alleen een significante daling van de angstklachten, maar ook meetbare veranderingen in hersenactiviteit die verband houden met het verwerken van bedreigende gezichtsuitdrukkingen. De resultaten van de follow-up na één maand toonden ook aan dat het effect van de hypnose-interventie aanhield. 

    Deze bevindingen suggereren dat hypnotherapie niet enkel leidt tot subjectieve verbetering, maar ook tot neurofysiologische veranderingen bij mensen met sociale angst. De onderzoekers concluderen dat hypnose een doeltreffende methode kan zijn om sociale angststoornis gericht te verminderen.

  • “Event-related potentials reveal hypnotherapy’s impact on attention bias in social anxiety disorder” (Han Zhang et al., 2025), gepubliceerd in World Journal of Psychiatry, bouwt verder op de vorige studie en toont aan dat hypnotherapie sociale angst niet alleen vermindert, maar ook helpt om sneller afstand te nemen van negatieve sociale prikkels door de aandacht makkelijker te verleggen.

    De deelnemers kregen zes wekelijkse hypnosesessies. Een maand na afloop bleken de positieve effecten nog steeds aanwezig. Deze studie toont aan dat hypnotherapie op meerdere niveaus tegelijk werkt en een blijvende impact kan hebben op hoe mensen met sociale angst reageren op sociale situaties.

  • “Efficacy of Self Hypnosis for Reducing Autonomic Symptoms in High School Students with Social Anxiety Disorder” (Syahrun El Mubaraq One et al., 2025), gepresenteerd op de International Summit on Science, Technology and Humanity (ISETH), onderzocht het effect van zelfhypnose bij 36 jongeren met sociale angststoornis.

    Deelnemers kregen zes sessies zelfhypnose over een periode van drie weken. Na afloop bleken zij lichamelijk veel rustiger te reageren op sociale stresssituaties zoals spreken voor een groep: hun hartslag, bloeddruk en ademhaling daalden meetbaar ten opzichte van de controlegroep. De resultaten tonen aan dat hypnose niet alleen mentale rust kan brengen, maar ook het lichaam helpt kalmeren tijdens spannende momenten. De onderzoekers benadrukken dat zelfhypnose een laagdrempelige, betaalbare en toegankelijke methode is om sociale angst bij jongeren te helpen verminderen.

  • “Treatment of severe anxiety and social phobia by hypnosis and neurolinguistic programming – A case report” (Samina Malik et al., 2021), gepubliceerd in Annals of Psychophysiology, beschrijft hoe hypnose gecombineerd met NLP succesvol werd ingezet bij een jongvolwassene met ernstige sociale angstklachten.

    De patiënt – een 20-jarige man met ernstige sociale fobie en suïcidale gedachten – was al onder behandeling met antipsychotica en antidepressiva medicijnen, maar zonder resultaat.
    Tijdens twee sessies werden verschillende traumatische gebeurtenissen in zijn onderbewuste opgespoord en emotioneel verwerkt. De ernst van zijn fobie werd in korte tijd aanzienlijk onder controle gebracht, met vrijwel geen enkele episode meer na de eerste sessie. De patiënt rapporteerde al na de eerste sessie een duidelijk herstel van zijn zelfvertrouwen, met 70%. De angstklachten daalden meetbaar, en de vooruitgang hield stand bij een follow-up vier weken later.

    De auteurs concluderen dat hypnotherapie, in combinatie met NLP, een snelle en doeltreffende aanpak is voor ernstige sociale angst, zelfs wanneer andere therapieën onvoldoende effect hebben. Het is bovendien tijdsefficiënt en levert betere resultaten op dan andere behandelvormen, zonder bijwerkingen.

  • “Hypnosis in the treatment of social phobia” (Janet Rogers, 2008) beschrijft het succesvolle traject van een 55-jarige man met sociale fobie die al 30 jaar worstelde met zijn klachten. De patiënt was ijverig geweest in het proberen van verschillende therapieën over de jaren, zonder resultaat. Pas toen hypnose werd ingezet begon de patiënt vooruitgang te boeken. Hij leerde via hypnose negatieve gedachten los te laten, spanningen te reguleren en zich mentaal voor te bereiden op sociale situaties. Dit gaf hem niet alleen meer zelfvertrouwen, maar ook concrete handvatten om rustiger te reageren in contact met anderen. Deze case toont aan dat hypnose ook kan helpen wanneer andere methodes tekortschieten bij hardnekkige sociale angst.


PRESTATIEANGST EN FAALANGST:

  • “Alleviation of performance anxiety through hypnotherapy“ (Stanton, H. E., 1993), gepubliceerd in Psychology of Music, beschrijft een tweesessies durende hypnotherapeutische aanpak die gericht was op het verlagen van prestatieangst bij muzikanten.

    De studie bespreekt drie casussen: een 38-jarige violist uit een symfonieorkest, een 22-jarige muziekstudent en een 27-jarige gitarist uit een rockband. Alle drie toonden een duidelijke daling in hun angstscores onmiddellijk na de behandeling, met verdere afname in de zes maanden na afloop. De resultaten suggereren dat hypnotherapie een doeltreffende methode is om prestatieangst duurzaam te verlichten.

  • “Hypnotherapy and test anxiety: Two cognitive-behavioral constructs: The effects of hypnosis in reducing test anxiety and improving academic achievement in college students“ (Sapp, Marty, 1991), gepubliceerd in de Australian Journal of Clinical Hypnotherapy and Hypnosis, onderzocht het effect van hypnose op testangst en schoolprestaties.

    44 studenten kregen vier sessies hypnotherapie, terwijl een controlegroep van 50 studenten geen interventie kreeg. De resultaten toonden een significante daling van testangst en een verbetering in toetsresultaten bij de hypnosegroep, en deze vooruitgang bleef behouden bij een follow-up na zes weken. De studie onderstreept dat hypnose niet alleen testangst verlaagt, maar ook academische prestaties verbetert.

  • “Positive effects of medical hypnosis on test anxiety in first-year medical students“ (Christian M. Hammer, 2021), verscheen in Innovations in Education and Teaching International, onderzocht de impact van hypnose op faalangst voor een test bij 104 eerstejaarsstudenten geneeskunde. De helft van de deelnemers onderging een hypnosesessie tien dagen voor hun mondeling examen, terwijl de andere helft als controlegroep fungeerde. De hypnosegroep vertoonde een significante daling in globale testangst, emotionele spanning en gebrek aan zelfvertrouwen. In tegenstelling hiermee nam storende interferentie toe in de controlegroep. De resultaten tonen aan dat hypnose een waardevol hulpmiddel kan zijn om faalangst bij studenten te verminderen.

  • “Randomized trial estimating effects of hypnosis versus progressive muscle relaxation on medical students’ test anxiety and attentional bias“ (Meng Liang, 2022), gepubliceerd in de World Journal of Psychiatry, vergeleek hypnose met progressieve spierontspanning (PMR) bij 598 gescreende geneeskundestudenten.

    De interventie bestond uit wekelijkse sessies van 30 minuten gedurende zes weken, gelijk verdeeld over de hypnose- en PMR-groep. Studenten in de hypnosegroep vertoonden na afloop en bij de follow-up significant lagere scores op de Test Anxiety Scale (TAS) dan zowel hun eigen beginwaarde als de PMR-groep.

    Bovendien konden studenten dankzij hypnose hun aandacht weghalen van stressvolle gedachten, iets wat met PMR niet lukte. De studie concludeert dat hypnose doeltreffender is dan spierontspanning bij het verminderen van faalangst en het verbeteren van cognitieve focus.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina’s:
Hypnose bij angst
Met hypnose sociale angst aanpakken
Hypnose bij faalangst

Hypnose bij anorexia wetenschappelijk onderbouwd

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij de behandeling van anorexia nervosa onderzocht en tonen veelbelovende resultaten:

  • “Efficacy of combined cognitive-behavior therapy and hypnotherapy in anorexia nervosa: a case study“ (Prasanta Kumar Roy, 2014), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft de succesvolle behandeling van een 22-jarige vrouw met anorexia nervosa. Ze kreeg gedurende anderhalve maand een combinatie van cognitieve gedragstherapie en hypnotherapie.

    Tijdens de behandeling werd haar denkpatroon rond eten onderzocht en stap voor stap aangepast. Daarbij leerde ze ook zelfhypnose toepassen, met versterkende suggesties om haar zelfvertrouwen en veerkracht te vergroten. Door middel van regressiehypnose werd teruggegaan naar eerdere ervaringen die mogelijk aan de basis lagen van haar eetproblemen.

    Na 8 sessies was er een duidelijke verbetering in haar houding ten opzichte van eten, en na drie maanden was er nog steeds geen sprake van terugval. Deze casestudy laat zien dat hypnotherapie – in combinatie met gesprekstherapie – een krachtige ondersteuning kan bieden bij het herstel van anorexia.

  • “Hypnosis: a complementary tool for managing adolescents affected by anorexia nervosa“ (Benjy Wosinski et al., 2024), gepubliceerd in Revue Médicale Suisse, bespreekt hypnose voor het behandelen van jongeren met anorexia.

    Hypnose wordt gezien als een persoonlijke en zachte manier om jongeren te ondersteunen op verschillende momenten van hun herstelproces.

    Afhankelijk van de fase waarin iemand zich bevindt, kan hypnose helpen om opnieuw contact te maken met het eigen lichaam, motivatie te versterken, relaties met anderen te verkennen of eerder behaalde vooruitgang te verankeren.

    Hoewel het wetenschappelijk bewijs nog beperkt is, geven jongeren aan baat te hebben bij deze aanpak. Ze ervaren hypnose als een persoonlijke vorm van ondersteuning zonder medicatie die echt bij hen past.

  • “Hypnotizability, eating behaviors, attitudes, and concerns: a literature survey“ (Susan Hutchinson-Phillips et al., 2007), verschenen in het International Journal of Eating Disorders, onderzoekt de mogelijke link tussen hypnotiseerbaarheid en eetgedrag, overtuigingen en zorgen rond voeding, gewicht en lichaamsvorm.

    Uit de literatuuranalyse blijkt dat mensen die gevoeliger zijn voor hypnose mogelijk ook vatbaarder zijn voor eetpatronen die zichzelf ondermijnen, zoals obsessief diëten of negatieve lichaamsattitudes. Er werden verbanden gevonden tussen hypnotiseerbaarheid en factoren zoals eetangst, bezorgdheid over lichaamsvormen, dissociatief vermogen en een sterke verbeeldingskracht.

    Hoewel de gebruikte meetinstrumenten in de studies soms verschilden, wijzen de resultaten in de richting van een belangrijke rol voor hypnose bij het ondersteunen van mensen met verstoord eetgedrag of negatieve lichaamsbeleving. De studie suggereert dat hypnotherapie kan bijdragen aan het doorbreken van hardnekkige denk- en gedragspatronen rond eten en zelfbeeld.

  • “Hypnosis in the Therapy of Anorexia Nervosa“ (Meir Gross M.D., 2023), gepubliceerd door de Cleveland Clinic Foundation, benadrukt dat hypnose met succes werd toegepast bij 50 patiënten met anorexia nervosa. Hypnotherapeutische interventies zijn vooral effectief bij het behandelen van symptomen zoals een verstoord lichaamsbeeld, gevoelens van ontoereikendheid en perfectionistische neigingen.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over hypnose bij anorexia nervosa.

Plan je hypnose sessie vandaag

Laat ons je helpen je doelen te bereiken. Neem vandaag nog contact op voor een gratis consultatie en begin je reis naar verandering.

Wil je spreken met een hypnotherapeut?

Krijg een antwoord op al je vragen tijdens een gratis telefoongesprek met een hypnotherapeut. Laat je gegevens achter en je wordt binnen 24u opgebeld op werkdagen.

Hypnose therapeute zit in een stoel en kijkt vriendelijk, klaar om een hypnosesessie te starten.

Hypnose bij bevalling wetenschappelijk onderbouwd

Hypnose wordt de laatste jaren steeds vaker gebruikt in de gezondheidszorg, met diverse toepassingen tijdens de zwangerschap, de bevalling en de geboorte. Het effect van hypnose bij zwangerschap en bevalling wordt steeds beter onderzocht. Onderstaande studies tonen aan dat hypnose een waardevolle aanvulling kan zijn op de voorbereiding op de bevalling en het omgaan met pijn:

  • “Hypnosis-based interventions during pregnancy and childbirth and their impact on women’s childbirth experience: A systematic review” (Catsaros, 2020), gepubliceerd in Midwifery, toont aan dat hypnose tijdens de zwangerschap en bevalling een positief effect heeft op de beleving van vrouwen.

    De resultaten wijzen op een positief effect van hypnose-gebaseerde interventies op de bevallingservaring: ze helpen bij het verminderen van angst en pijn en vergroten het gevoel van controle tijdens de bevalling. De hypnose-gebaseerde interventies verbeterden de emotionele beleving en houding van vrouwen ten opzichte van de bevalling, met minder angst, meer tevredenheid, minder medische ingrepen, meer postnatale welzijn en een positievere bevallingservaring in het algemeen.

  • “Impact of Hypnotherapy on Fear, Pain, and the Birth Experience: A Systematic Review” (Cortés-Martín, 2024), gepubliceerd in Healthcare, beschrijft hoe hypnotherapie effectief angst en pijn vermindert en bijdraagt aan een positievere geboorte-ervaring.

    De resultaten toonden voordelen aan in het verminderen van angst en pijn tijdens de bevalling, samen met een verbetering van de algehele bevallingservaring. Hypnotherapie kan een waardevol hulpmiddel zijn om angst en pijn tijdens de bevalling te verminderen en de beleving van de bevalling te verbeteren.

  • “Psychological impact of hypnosis for pregnancy and childbirth: A systematic review” (Stephanie Catsaros, 2023), gepubliceerd in Complementary Therapies in Clinical Practice, bespreekt de gunstige psychologische effecten van hypnose bij aanstaande moeders.

    De meeste studies vonden positieve effecten van hypnose bij het verlichten van angst, depressie en geboorte-gerelateerde vrees, waarbij vrouwen een groter gevoel van zelfvertrouwen kregen en de algehele emotionele ervaring verbeterde. Twee studies wezen bovendien ook op bemoedigende resultaten wat betreft het postnatale welzijn.

    De toename in zelfvertrouwen en het gevoel van versterking dat met hypnose gepaard gaat, lijken een aanzienlijke bijdrage te leveren aan een positievere subjectieve beleving van zwangerschap en bevalling, en aan het algemene welzijn van vrouwen tijdens de perinatale periode.

  • “Hypnotherapy in Management of Delivery Pain: A Review” (Susan Azizmohammadi, 2019), gepubliceerd in de European Journal of Translational Myology, beschrijft hoe hypnotherapie kan helpen bij het verminderen van pijn tijdens de bevalling en een waardevolle rol speelt als ondersteuning zonder medicatie.

    Uit een uitgebreid overzicht van meerdere studies blijkt dat hypnose een veelbelovende en veilige methode is om pijn, angst en stress tijdens de bevalling te verminderen. Gegevens uit verschillende onderzoeken werden geanalyseerd, met samen meer dan 600 zwangere vrouwen als deelnemers. Deze vrouwen werden behandeld met hypnose.

    Hoewel de precieze aanpak per studie verschilde, gaven veel vrouwen aan minder behoefte te hebben gehad aan pijnmedicatie (zoals epidurale verdoving) en hun bevalling als positiever te hebben ervaren.

    Daarnaast leek hypnose te helpen bij het verkorten van de duur van de bevalling en het verlagen van het aantal complicaties. Ongeveer 30% van de vrouwen ervaarde zelfs vrijwel volledige pijnverlichting door hypnose alleen. Ook nam het gevoel van controle en ontspanning tijdens de bevalling merkbaar toe.

    Conclusie: hypnose tijdens de zwangerschap als voorbereiding op de bevalling, kan vrouwen helpen om op een natuurlijke, rustige en zelfverzekerde manier te bevallen. De huidige onderzoeksresultaten zijn veelbelovend.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over bevallen onder hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij blozen

Voor hypnotherapie bij blozen is er helaas slechts één gedocumenteerde wetenschappelijke casestudy beschikbaar. Tot nu toe zijn er weinig studies die hypnotherapie specifiek voor blozen in een wetenschappelijke setting hebben onderzocht. Toch geeft deze ene studie een hoopgevend beeld dat hypnotherapie kan bijdragen aan het verminderen van overmatig blozen in sociale situaties:

 

“Hypnotic Control of Blushing: A Case Study” (Kent Welsh, 1978), gepubliceerd in het American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft hoe een cliënt met ernstige bloosklachten via hypnotherapie leerde om haar bloosreacties onder controle te krijgen, met merkbare en blijvende verbetering als resultaat (volledig artikel is helaas enkel toegankelijk via een betaald abonnement).

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over hypnose tegen blozen.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij bruxisme - tandenknarsen

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie onderzocht als aanvullende aanpak bij tandenknarsen, met zeer positieve resultaten:

  • “Effectiveness of hypnotherapy in the treatment of bruxism: A systematic review of case reports“ (Suhail A. Labban, 2023), gepubliceerd in de Australasian Medical Journal, geeft een overzicht van tien gedetailleerde gevallen waarin hypnotherapie succesvol werd toegepast bij mensen met bruxisme.

    De studie laat zien dat hypnotherapie in veel gevallen leidde tot een sterke vermindering of zelfs volledige verdwijning van de klachten. Bij zeven van de tien patiënten waren de symptomen volledig verdwenen en bleef dit resultaat behouden bij latere follow-ups. Twee andere patiënten ervaarden een duidelijke verbetering, en slechts één persoon herviel na enige tijd en besloot de behandeling stop te zetten.

    Wat opvalt in de gevallen die werden onderzocht, is dat bruxisme vaak niet alleen een lichamelijk probleem is, maar sterk verbonden is met stress, spanningen of onverwerkte emoties. In veel gevallen ontstonden de klachten bijvoorbeeld na een traumatische gebeurtenis of een moeilijke levensfase. Hypnose hielp deze onderliggende spanningen los te laten en gaf cliënten meer controle over hun lichaam en gedrag.

    De auteurs concluderen dat hypnotherapie een veelbelovende, snelle en betaalbare methode is voor de aanpak van bruxisme, zeker in vergelijking met traditionele behandelingen zoals spalken of medicatie.

  • “Suggestive hypnotherapy for nocturnal bruxism: a pilot study“ (J.H. Clarke, 1991), verschenen in het American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft een onderzoek waarin hypnose werd ingezet bij nachtelijk tandenknarsen. Acht deelnemers met klachten zoals kaakpijn en geluidsoverlast door knarsen werden behandeld met hypnotherapie. Voor en na de behandeling werd hun kaakspierspanning gemeten met een draagbaar EMG-apparaat tijdens de slaap. Ook werd rekening gehouden met de ervaring van de bedpartners.

    De resultaten wijzen op een duidelijke vermindering van bruxisme-episodes bij de meeste deelnemers, en hun partners meldden minder knarsgeluiden direct na de behandeling alsook bij de opvolgingen na 4 maanden en nog eens na 36 maanden, wat wijst op het therapeutisch potentieel van suggestieve hypnose bij deze aandoening.
    Deze studie toont aan dat hypnose een veelbelovende en langdurige verlichting kan bieden bij bruxisme, zonder de noodzaak van medicatie of mondbescherming.

  • “Nocturnal bruxism and hypnotherapy: a case study“ (E. Thomas Dowd, 2013), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, bespreekt de succesvolle behandeling van een patiënt met nachtelijk tandenknarsen via hypnotherapie.

    De cliënte kreeg in totaal 7 sessies. Aan het einde van de behandeling was het tandenknarsen volledig verdwenen. Een jaar later bleek bij de follow-up dat het knarsen niet was teruggekeerd.


    Opvallend was dat de vrouw ook op andere vlakken in haar leven positieve veranderingen doormaakte: ze was assertiever geworden in haar relaties met anderen en ondernam meer nieuwe dingen in haar leven. Deze laatste veranderingen waren niet expliciet behandeld tijdens de sessies. Er leek dus sprake te zijn van een ‘rimpel-effect’ waarbij succesvolle therapie op één gebied ook positieve invloed had op andere aspecten van haar leven.

    De studie toont aan hoe individuele hypnosesessies kunnen leiden tot langdurige en blijvende veranderingen.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over bruxisme oplossen met hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij depressie

Verschillende peer-reviewed studies hebben de effectiviteit van hypnotherapie bij de behandeling van depressie onderzocht en tonen overtuigende resultaten:

  • “A Meta-Analysis of Hypnotic Interventions for Depression Symptoms: High Hopes for Hypnosis?” (Leonard S. Milling, 2019), verscheen in het American Journal of Clinical Hypnosis, analyseerde 13 gerandomiseerde studies over hypnose bij depressieve symptomen. De resultaten toonden aan dat hypnose gemiddeld een grotere afname in depressieve klachten gaf dan de controlegroepen, met een effectgrootte vergelijkbaar met gevestigde psychologische therapieën. Gemiddeld vertoonde een deelnemer die behandeld werd met hypnose meer verbetering dan ongeveer 76% van de deelnemers in de controlegroepen. Deze bevindingen suggereren dat hypnose een zeer effectieve methode is om depressieve symptomen te verlichten. De onderzoekers bevelen aan dat clinici hypnose serieus overwegen als behandeloptie voor cliënten met depressie.

     

  • “Hypnotherapy as Treatment for Depression: A Scoping Review” (Jolene Wan Vun Pang, 2024), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht 14 studies over hypnotherapie bij depressie. De leeftijd van de deelnemers varieerde van 18 tot 70 jaar, en in de meeste studies was het aantal vrouwelijke deelnemers hoger dan dat van mannen. De meeste studies rapporteerden duidelijke verminderingen in depressieve klachten, en sommige gaven zelfs aan dat hypnotherapie effectiever was dan antidepressiva medicatie. 

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over hypnose bij depressie.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij eetstoornissen

Hypnotherapie wordt steeds vaker onderzocht in medische en wetenschappelijke studies als aanvullende methode bij eetstoornissen. Onderstaande studies tonen aan dat hypnose een waardevol hulpmiddel kan zijn om impulsief eetgedrag te verminderen en de behandeling van eetstoornissen te versterken:

  • “Hypnosis reduces food impulsivity in patients with obesity and high levels of disinhibition: HYPNODIET randomized controlled clinical trial” (Fabienne Delestre, 2022), gepubliceerd in het American Journal of Clinical Nutrition, toont aan dat hypnose en zelfhypnose een krachtig effect kunnen hebben op eetgedrag bij mensen met obesitas.


    In deze studie werden 82 volwassenen met obesitas en sterke eetimpulsiviteit willekeurig verdeeld in twee groepen. Beide groepen kregen dezelfde voedingseducatie, maar één groep volgde daarnaast ook 8 hypnosesessies met zelfhypnose-oefeningen.
    Na 8 maanden bleek dat bijna 68% van de mensen in de hypnosegroep hun eetimpulsiviteit had genormaliseerd, tegenover slechts 11% in de controlegroep. De hypnosegroep ervaarde ook een grotere afname in hongergevoel, meer controle over eetgedrag en gewichtsafname.


    Deze studie toont aan dat hypnose een waardevolle aanvulling kan zijn bij het veranderen van diepgewortelde eetpatronen, vooral bij mensen die moeite hebben om zichzelf in toom te houden bij eten. Het werkt dus niet alleen op het bewuste gedrag, maar helpt ook om innerlijke drang en eetimpulsen te kalmeren.

  • “The use of hypnotherapy in the treatment of eating disorders” (Johan Vanderlinden, 1988), gepubliceerd in het International Journal of Eating Disorders, laat zien hoe hypnose ingezet kan worden als krachtige aanvulling op bestaande behandelmethoden bij mensen met eetstoornissen. De studie benadrukt dat hypnose kan helpen om de betrokkenheid en motivatie van cliënten te vergroten, wat vaak een uitdaging is bij deze doelgroep.

    Volgens de auteurs kan hypnose niet alleen de werking van andere therapievormen versterken, maar ook helpen om nieuwe openingen in het therapieproces te ontdekken. Dit maakt hypnotherapie een waardevolle tool in het begeleiden van mensen met eetstoornissen naar herstel.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina: eetstoornis oplossen met hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij emotieregulatie - verdriet - woedeaanvallen

Meerdere studies tonen aan dat hypnose effectief is bij het verbeteren van emotieregulatie. Emotionele uitbarstingen zoals woedeaanvallen, gevoelens zoals intens verdriet, obsessieve gedachten of emotionele ontregeling na een relatiebreuk komen vaak voort uit een verstoorde emotieregulatie – en precies daar laat hypnotherapie gunstige effecten zien.

Hieronder tonen we verschillende peer-reviewed studies die de rol van hypnotherapie bij het reguleren van emoties hebben onderzocht. De resultaten zijn veelbelovend en wijzen op een verbetering in emotieregulatie en vermindering van piekergedachten:

  • “The effectiveness of cognitive hypnotherapy on emotional regulation and rumination in divorced individuals” (Hayedeh Saberi et al., 2025), gepubliceerd in het International Journal of New Findings in Health and Educational Sciences, beschrijft een onderzoek onder twintig gescheiden deelnemers. Deelnemers in de experimentele groep kregen cognitieve hypnotherapie sessies. De controlegroep kreeg geen behandeling.

    Na afloop van de therapie rapporteerden de deelnemers die hypnotherapie hadden gevolgd een duidelijke verbetering in hoe ze met hun emoties omgingen. Ze konden hun gedachten beter sturen en hadden minder last van rumineren (piekeren). De gemeten verbeteringen waren zo sterk dat de onderzoekers met grote zekerheid konden concluderen dat dit het gevolg was van de hypnotherapie kwam, en niet zomaar toeval. De effecten werden gemeten één week na afloop van de laatste sessie. Hoewel er geen langdurige follow-up werd uitgevoerd, suggereren de resultaten dat hypnotherapie een effectieve methode is om negatieve denkpatronen en emotionele disbalans na een relatiebreuk aan te pakken.

  • “The effectiveness of hypnotherapy and schema therapy in improving emotional control in people affected by marital infidelity” (Zahra Eftekhar Saadi et al., 2023), gepubliceerd in Journal of Clinical Research in Paramedical Sciences, onderzocht hoe hypnotherapie kan helpen bij het verbeteren van emotieregulatie bij 48 mensen die geconfronteerd werden met ontrouw in hun relatie.

    De resultaten toonden aan dat hypnotherapie leidde tot een significante verbetering in emotionele controle, waaronder op de domeinen van woedebeheersing, emotionele remming, positieve herwaardering en vermindering van piekeren. De effecten bleven grotendeels behouden bij de follow-up 3 maanden later. De studie toont aan dat hypnotherapie een doeltreffende methode is om emotionele balans te herstellen bij mensen die te maken kregen met relationeel trauma.

  • “The effectiveness of mindful hypnotherapy on difficulties in emotion regulation, mindfulness, and mental health in patients with major depressive disorder” (Hassan Khazraee et al., 2023), gepubliceerd in Journal of Education and Health Promotion, beschrijft een gerandomiseerde studie naar het effect van hypnotherapie op emotieregulatie.

    De studie omvatte 34 deelnemers tussen 18 en 50 jaar oud. Deelnemers die hypnotherapie ondergingen, vertoonden een sterke daling in moeilijkheden met emotieregulatie en een significante toename in mindfulness en mentale gezondheid. Deze verbeteringen bleven behouden bij een follow-up twee maanden na de interventie.

  • “Increasing cognitive-emotional flexibility with meditation and hypnosis: The cognitive neuroscience of de-automatization” (Fox, Kieran C.R. et al., 2016), gepubliceerd als hoofdstuk in het boek Hypnosis and meditation: Towards an integrative science of conscious planes (Oxford University Press), bespreekt hoe hypnose kan bijdragen aan het vergroten van emotionele flexibiliteit.

    De auteurs beschrijven drie mechanismen waarmee hypnose en meditatie het automatisme van gedachten en gedragingen kunnen doorbreken: het verminderen van automatische gedachteketens, het vergroten van variatie en flexibiliteit in gedachten, en het bewust herprogrammeren van denkpatronen in de richting van gewenste mentale gewoontes. Op basis van gedragsonderzoek en cognitieve neurowetenschap toont het hoofdstuk aan dat hypnose en meditatie interne denkprocessen kunnen beïnvloeden.

  • “Randomized controlled trial of a group intervention combining self-hypnosis and self-care: secondary results on self-esteem, emotional distress and regulation, and mindfulness in post-treatment cancer patients” (Charlotte Grégoire et al., 2021), gepubliceerd in Quality of Life Research, onderzocht het effect van zelfhypnose en zelfzorg bij 95 deelnemers waarin zelfhypnose centraal stond.
    Elke sessie bevatte een begeleide hypnose-oefening, en deelnemers werden aangemoedigd om ook thuis zelfhypnose toe te passen. Na afloop rapporteerden de deelnemers een significante stijging in zelfvertrouwen, een daling in emotionele stress, een verminderd gebruik van niet-helpende emotieregulatiestrategieën, en een duidelijke toename in mindfulnessvaardigheden.
    Deze resultaten suggereren dat hypnose niet alleen helpt bij het reguleren van intense emoties, maar ook bij het opbouwen van innerlijke veerkracht en zelfzorg.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina’s:
Met hypnose liefdesverdriet oplossen
Woedeaanvallen oplossen met hypnotherapie

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij fobieën - vliegangst - emetofobie - dierenfobie

Hieronder volgen verschillende peer-reviewed case studies die hebben aangetoond dat hypnotherapie effectief ingezet kan worden bij de behandeling van verschillende fobieën, zowel op gedragsmatig als psychodynamisch niveau:

  • De studie “The beneficial effects of a single hypnotherapy session using parts negotiation for specific phobias” (Vana Papagianni, 2022), gepubliceerd in de International Journal of Spa and Wellness, onderzocht zeven deelnemers met uiteenlopende specifieke fobieën, waaronder hoogtevrees. Deelnemers ondergingen één sessie hypnotherapie. Alle deelnemers rapporteerden een duidelijke afname van angstklachten, zonder verhoogde angst tijdens of na de therapie. Eén deelnemer meldde een korte toename van angst tijdens de sessie, maar gaf aan dat dit onmiddellijk onder controle werd gebracht.

    De deelnemers rapporteerden onmiddellijke verbetering na de sessie, met behoud van resultaat bij opvolging.
    De ervaring met hypnotherapie werd door alle deelnemers als positief omschreven. Ze gaven aan dat deze aanpak gunstiger werd ervaren dan eerdere therapieën die ze hadden geprobeerd. Eén deelnemer met hoogtevrees vertelde zelfs: “Ik ging naar een speelcentrum met mijn kind, het had een vrij hoog plafond… en ik stond zelfs op een balkon, en ik voelde helemaal geen paniek zoals ik normaal zou doen.”

    De resultaten suggereren dat zelfs een enkele sessie hypnotherapie al een significante impact kan hebben op het dagelijks functioneren van mensen met hoogtevrees.

  • Het artikel “What to know about acrophobia” (Louise Morales-Brown, 2020), gepubliceerd op het medisch nieuwsplatform Medical News Today en nagekeken door Dr. Alex Klein (PsyD), biedt een overzicht van de symptomen, oorzaken en behandelopties van hoogtevrees. Hierin wordt hypnotherapie genoemd als een alternatieve benadering die door sommigen als effectief werd ervaren, vooral wanneer traditionele methoden zoals exposure of cognitieve gedragstherapie onvoldoende resultaat gaven.

    Hypnotherapie helpt de cliënt in een diepe ontspanningstoestand, waarna de therapeut suggesties en geleide verbeelding gebruikt om de angstreactie te herprogrammeren.


VLIEGANGST:

  • “Short-term hypnotherapy for the treatment of flight phobia: A case report” (Paul L. Deyoub & Seymour J. Epstein, 1977), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft de behandeling van een 30-jarige vrouw met ernstige vliegangst.

    De therapie werd uitgevoerd in drie sessies, waarbij gebruik werd gemaakt van Ericksoniaanse hypnose.

    De cliënt ondernam onmiddellijk na de behandeling een succesvolle vlucht van kust tot kust in de Verenigde Staten. Bij de follow-up 6 maanden later gaf ze aan dat ze geen enkele aarzeling voelde om opnieuw te vliegen. De auteurs suggereren dat hypnotherapie in dit geval effectiever én sneller werkte dan traditionele gedragstherapeutische methoden voor vliegangst.

  • “Hypnotherapy for flight phobia” (Peter A. Bakal, 1981), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft een aanpak bij 21 patiënten met vliegangst. (Het volledig artikel is helaas enkel toegankelijk via een betaald abonnement).

    Patiënten werden onder hypnose door een denkbeeldige vlucht geleid, waarbij typische angstopwekkende elementen zoals turbulentie werden gehercodeerd als normale en veilige gebeurtenissen (bijvoorbeeld: “zoals rijden op een hobbelige weg”).

    Ook werd bewust gewerkt rond angstversterkende woorden die vaak in luchthavens worden gebruikt, zoals “terminal” en “don’t be alarmed” om deze woorden te normaliseren en tegelijkertijd de nadruk te leggen op kalmerende elementen, zoals het uitzicht of het geluid van het landingsgestel.

    Alle 21 patiënten werden met succes geholpen. De studie suggereert dat hypnotherapie een effectieve en relatief snelle interventie kan zijn voor mensen met vliegangst.

  • “A simple and effective treatment for flight phobia” (H. L. Shaw, 1977), gepubliceerd in The British Journal of Psychiatry, beschrijft een behandeling voor vliegangst bij 17 patiënten.

    De behandeling bestond uit desensitisatie en zelfhypnose training, verspreid over een periode van zes weken. Tijdens de sessies leerden deelnemers technieken om hun angstreacties te verminderen en zichzelf onder hypnose te brengen.

    De resultaten toonden een statistisch significante afname in vliegangst binnen de hele groep. Daarnaast bleek dat de mate van verwachte verbetering positief gecorreleerd was met het uiteindelijke angstreductieniveau, wat suggereert dat motivatie en overtuiging belangrijke factoren zijn in het succes van hypnotherapeutische interventies.

  • “Fear of flying” (S. Spiegel, 2017), gepubliceerd in het Handbook of medical and psychological hypnosis via Springer Publishing bespreekt vliegangst en hoe hypnose ingezet kan worden als versterkende techniek binnen een gepersonaliseerde aanpak.

    De auteur benadrukt dat mensen met vliegangst vaak een diagnostisch diverse groep vormen, waaronder ook personen met agorafobie, meerdere fobieën of bijkomende stoornissen. Hoewel exposuretherapie als de standaardbehandeling geldt, behalen veel patiënten slechts gedeeltelijke of trage vooruitgang.

    Spiegel stelt voor om hypnose te gebruiken als versterkende interventie, waarbij suggesties en metaforen afgestemd worden op de persoonlijke thema’s en interesses van de patiënt met als doel niet alleen gedragsmatige verbetering, maar ook structurele veranderingen in het brein te bewerkstelligen.

    Het artikel onderstreept het belang van gepersonaliseerde hypnotherapie als effectieve aanvulling op traditionele behandelingen voor vliegangst.


EMETOFOBIE – OVERGEEFANGST:

  • “Self-hypnotherapeutic treatment of habitual reflex vomiting“ (Peter John Milla, 1990), gepubliceerd in Archives of Disease in Childhood, beschrijft hoe een negenjarig kind met hardnekkige braakklachten succesvol werd geholpen via hypnotherapie. Binnen vier weken stopten de symptomen volledig, met blijvend resultaat na een jaar.

     

  • “A vomiting phobia overcome by one session of flooding with hypnosis“ (B. Wijesinghe, 1974), verschenen in het Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, toont hoe één enkele sessie onder hypnose leidde tot een directe en blijvende verlichting van een ernstige braakfobie. Een follow-up één jaar na de behandeling toonde aan dat ze vrij gebleven was van haar fobie.

     

  • “Hypnosis for the Treatment of Emetophobia“ (Ran D. Anbar M.D., 2024), gepubliceerd op Psychology Today, bespreekt recente inzichten en ervaringen uit de klinische praktijk waarbij hypnose effectief werd ingezet om emetofobie te behandelen, met name bij jongeren en adolescenten.

    In het onderzoek werden twee hypnotische technieken met succes toegepast. Hypnose werd ingezet om patiënten te helpen zich te ontspannen en toegang te krijgen tot hun onderbewuste, dat vervolgens hielp bij het oproepen van triggerbeelden of het geven van geruststellende signalen. Van de in totaal 22 patiënten die op deze manier behandeld werden, rapporteerden er 20 een volledige verbetering van hun klachten. Dankzij deze aanpak verbeterde of verdween de emetofobie bij deze patiënten binnen vier tot negen weken.

    PS: In onze eigen praktijk maken we gebruik van andere hypnotische technieken dan de methoden die in dit onderzoek worden beschreven, omdat we merken dat deze veel sneller resultaten halen en voor cliënten prettiger en minder belastend zijn. We stemmen onze aanpak steeds af op de individuele behoeften van de cliënt.


DIERENFOBIEËN:

“The place of hypnosis in psychiatry part 5: treatment of specific phobias—animal and situational subtypes” (David Kraft, 2013), gepubliceerd in Australian Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft een reeks casussen waarbij hypnose succesvol werd toegepast:

  • Een casus beschrijft Steven, een jonge man met een levenslange spinnenfobie. Gedurende zes sessies werd hypnose toegepast in combinatie met systematische desensitisatie. Aan het einde van de behandeling kon hij een dode spin in zijn hand houden. Tijdens de follow-up meldde hij dat een spin tijdens het kamperen over zijn lichaam kroop zonder enige angstreactie.

  • Brown et al. (1996) behandelden een 11-jarig meisje met spinnenangst met behulp van visualisatie, reframing en hypnose. Na vier sessies was ze volledig hersteld.

  • Kraft en Kraft (2010) behandelden een vrouw met muizenfobie. De exacte duur van de therapie werd niet vermeld, maar de patiënt toonde volledige verbetering na afloop.

  • Scott (1970) beschreef een 27-jarige vrouw met vogelangst. De behandeling bestond uit zelfhypnose, leeftijdsregressie, desensitisatie en egoversterking. Tijdens regressie herinnerde ze zich dat ze als kind werd aangevallen door een kip. De therapie leidde tot volledige remissie.

  • Milne (1988) gebruikte hypnose bij een 56-jarige vrouw met slangfobie. Via regressie herbeleefde ze een jeugdtrauma waarbij haar vader haar wekte met een levende slang. De therapie resulteerde in afname van de angst.

  • Brann (2012) beschreef Natalie, een 25-jarige vrouw met vogelangst. De hypnosebehandeling duurde meerdere sessies en resulteerde in volledige symptoomverlichting.

  • Spiegel (1960) rapporteerde de succesvolle behandeling van een 16-jarig meisje met angst voor katten en honden. Na de hypnosebehandeling had ze een huisdier en was haar oorspronkelijke angst verdwenen.

“Use of in vivo and in vitro desensitization in the treatment of mouse phobia: review and case study” (David Kraft, 2010), gepubliceerd in Contemporary Hypnosis, beschrijft een hypnotherapeutische behandeling van een 45-jarige vrouw met ernstige muizenfobie.

De fobie was ontstaan op 10-jarige leeftijd, mede beïnvloed door de moeder van de patiënte, die zelf ook muizenangst had. Na de sessies was de patiënte in staat om twee dode muizen in haar hand te houden zonder paniek. Bij de follow-up zes maanden later meldde ze een spontane ontmoeting met een levende muis in de tuin, die ze zonder angst kon aanpakken.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina’s:
Hoogtevrees overwinnen met hypnose
Met hypnose af van je vliegangst
Emetofobie oplossen met hypnose

Wespenfobie overwinnen met hypnose

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij kinderen

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij kinderen onderzocht met uiteenlopende stoornissen en tonen veelbelovende resultaten:

  • “The use of self-hypnosis in the treatment of childhood nocturnal enuresis: A report on forty patients” (Karen Olness, 1975), gepubliceerd in Clinical Pediatrics, beschrijft een eenvoudige en vaak succesvolle techniek om bedplassen bij kinderen te verhelpen via hypnose.

    In totaal werden 40 kinderen (20 jongens en 20 meisjes) met een leeftijd tussen 4,5 en 16 jaar behandeld in een universitaire praktijk. De kinderen leerden zelfhypnose aan onder begeleiding. Van deze groep waren 31 volledig droog na afloop van de interventie, 6 vertoonden duidelijke verbetering (minder frequent bedplassen), en slechts 3 kinderen hadden geen baat bij de aanpak. De studie benadrukt dat hypnose een veilig en effectief alternatief vormt voor medicatie, zeker gezien de eenvoud van de techniek en de afwezigheid van bijwerkingen.

  • “Hypnosis in 53 children with anxiety disorders, nocturnal enuresis, or insomnia” (Richard H. Schwartz et al., 2013), gepubliceerd in het International Journal of Clinical Pediatrics, beschrijft een prospectieve langetermijnstudie waarin hypnotherapie werd toegepast bij kinderen met angststoornissen, bedplassen of slaapproblemen.

    In totaal werden 53 kinderen opgevolgd over een gemiddelde periode van 25,4 maanden. De hypnotherapie werd uitgevoerd door een verpleegkundige opgeleid in klinische hypnose.

    Twintig kinderen werden behandeld voor angststoornissen (waaronder ook sociale angst). Van deze groep werd bij 55 procent een goed tot uitstekend langetermijneffect vastgesteld.

    Zeventien kinderen met nocturne enuresis (bedplassen) werden behandeld, waarvan 59 procent door de ouders als goed tot uitstekend werd beoordeeld op lange termijn. Veel van deze kinderen hadden eerder zonder succes medicatie geprobeerd.

    Zestien kinderen met slaapproblemen kregen hypnose aangeboden. Bij deze groep werd een goed tot uitstekend langetermijneffect waargenomen bij 37,5 procent van de kinderen.

    Er werden geen bijwerkingen gemeld. De studie toont aan dat hypnose in een eerstelijns pediatrische setting veilig kan worden toegepast bij verschillende klachten.

  • “Clinical hypnosis: implications in anaesthesia and perioperative care” (Allan M. Cyna et al., 2023), gepubliceerd in de British Journal of Anaesthesia, bespreekt het gebruik van klinische hypnose als mogelijke vervanging of aanvulling op algemene anesthesie, met bijzondere aandacht voor pediatrische toepassingen.

    Een centraal punt in het artikel is een gerandomiseerde studie — “Hypnosis as an alternative to general anaesthesia for paediatric superficial surgery: a randomised controlled trial” (Chrystelle Sola et al., 2023), gepubliceerd in de British Journal of Anaesthesia — waarin 60 kinderen tussen 7 en 16 jaar onderworpen werden aan een oppervlakkige chirurgische ingreep. De helft van hen werd behandeld met hypnose in combinatie met lokale verdoving, de andere helft onderging de procedure met algemene anesthesie en midazolam als premedicatie.

    De resultaten waren opvallend. Kinderen in de hypnosegroep vertoonden minder preoperatieve angst, zowel bij henzelf als bij hun ouders. Bovendien was de tijd tussen het begin van de procedure en het einde van het ziekenhuisverblijf aanzienlijk korter in de hypnosegroep. Slechts één kind in de hypnosegroep moest alsnog onder algemene verdoving gebracht worden. De auteurs benadrukken dat kinderen over het algemeen een hoge hypnotiseerbaarheid hebben.

    Het artikel besluit dat hypnose een veilig en effectief alternatief kan zijn voor farmacologische anesthesie en dat verdere integratie in de klinische praktijk dringend gewenst is. Hypnose biedt unieke voordelen die de comfort en zelfcontrole van het kind bevorderen.

  • “Hypnotherapy for children with functional abdominal pain or irritable bowel syndrome: a randomized controlled trial” (Arine M. Vlieger et al., 2007), gepubliceerd in Gastroenterology, vergelijkt de effectiviteit van hypnotherapie met standaard medische therapie bij kinderen met functionele buikpijn of prikkelbaredarmsyndroom.

    In deze gerandomiseerde studie werden 53 kinderen tussen 8 en 18 jaar ingedeeld in twee groepen: één groep kreeg hypnotherapie, en de andere groep kreeg standaard medische zorg. De kinderen hielden gedurende het onderzoek een pijn- en symptoomdagboek bij, en werden geëvalueerd bij aanvang, tijdens, en zes en twaalf maanden na de behandeling.

    De resultaten toonden een significante daling in pijnintensiteit en -frequentie in beide groepen, maar de hypnosegroep liet een veel sterkere verbetering zien. Na één jaar waren de gemiddelde pijnscores gedaald van 13,5 naar 1,3 in de hypnosegroep, tegenover een daling van 14,1 naar 8,0 in de controlegroep. Wat betreft frequentie daalde de score in de hypnosegroep van 13,5 naar 1,1, tegenover 14,4 naar 9,3 in de controlegroep. Succesvolle behandeling werd bereikt bij 85 procent van de kinderen in de hypnosegroep, tegenover slechts 25 procent in de controlegroep.

    De auteurs concluderen dat hypnotherapie bij buikpijn en prikkelbaredarmsyndroom een uitermate doeltreffende aanpak is voor kinderen met langdurige functionele klachten, met resultaten die zelfs na twaalf maanden nog standhouden.

  • “Analgesic efficacy of clinical hypnosis in pediatric patients following orthopedic surgery” (Raquel Torres-Luna et al., 2025), gepubliceerd in Anales de Pediatría (English Edition), beschrijft een klinische studie naar het effect van klinische hypnose bij kinderen van 7–19 jaar na een grote orthopedische ingreep.

    De 24 deelnemers werden willekeurig verdeeld over twee groepen: een hypnosegroep kreeg twee hypnosesessies, terwijl de controlegroep twee gewone bezoeken kreeg zonder hypnose. De resultaten tonen een significante daling in pijnscores, minder behoefte aan noodanalgesie, minder angst, rustiger, meer ontspannen, en verbeterde parasympathische activatie. Ook vitale parameters zoals hartslag, ademhaling en bloeddruk daalden significant na de hypnosesessies. De auteurs besluiten dat klinische hypnose een effectieve, veilige en niet-medicamenteuze methode is om postoperatieve pijn en angst bij kinderen te verminderen.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over hypnose bij kinderen.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij obsessief-compulsieve stoornis (OCD) - nagelbijten - haaruittrekstoornis

Verschillende peer-reviewed studies hebben de toepassing van hypnose onderzocht bij gedragingen zoals nagelbijten, haaruittrekken en huidpulkgedrag. Deze vallen onder de noemer BFRB’s (lichaamsgerichte repetitieve gedragingen) en vertonen veelal compulsieve en onbewuste patronen, waarbij hypnotherapie een zinvolle gedragsdoorbraak kan faciliteren. De onderzoeken naar de behandeling van BFRB’s tonen aan hoe effectief hypnotherapie kan zijn:

  • De studie “Hypnosis as a Vehicle for Choice and Self‑Agency in the Treatment of Children with Trichotillomania” van Alex Iglesias, gepubliceerd in november 2003 in de American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft drie pediatrische casussen waarbij directe hypnotische suggesties werden gebruikt om het bewustzijn van haaruittrekgedrag te vergroten. De kinderen hadden aanvankelijk geen besef van het moment waarop ze begonnen met trekken. Hypnose werd ingezet om hen te leren dit moment tijdig te herkennen en hen vervolgens een bewuste keuze te laten maken: trekken of stoppen.

    Een opvallend aspect was dat er geen expliciete suggestie werd gegeven om te stoppen met haaruittrekken. In plaats daarvan werd onder hypnose de nadruk gelegd op keuzevrijheid en zelfverantwoordelijkheid. Ouders werden actief betrokken door middel van een contract waarin zij afstand deden van controle over het haar van hun kind. Dit versterkte de autonomie van het kind en reduceerde de psychologische drijfveren achter het gedrag.

    Binnen zeven sessies werd bij alle drie de kinderen het haaruittrekken volledig gestopt. Bij follow-up tot zes maanden later werd geen terugval vastgesteld. Deze studie suggereert dat hypnotherapie – in combinatie met systemische interventies – een effectieve methode kan zijn voor het behandelen van BFRB’s, met blijvende gedragsverandering als resultaat.

     

  • “A Multicomponent Cognitive-Behavioral Hypnotic Approach for Obsessive-Compulsive Disorder Treatment: A Case Study” (Nikita V. Obukhov, 2024), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, stelt een vernieuwende hypnotherapeutische benadering voor bij de behandeling van obsessieve-compulsieve stoornis (OCD).

    De studie beschrijft het verloop van een casus waarbij een patiënt aanvankelijk werd behandeld met zowel medicatie als eerste-lijn psychologische therapie, zonder noemenswaardig effect. Vervolgens werd een hypnotherapeutische interventie toegepast, gebaseerd op een combinatie van hypnotische technieken. De patiënt luisterde gedurende drie weken naar een speciaal opgenomen hypnosesessie. De Yale-Brown Obsessive-Compulsive Scale-score van de patiënt daalde uiteindelijk met 51,5% ten opzichte van het beginpunt.

    Deze resultaten suggereren dat de gehanteerde multicomponent hypnosebenadering een aanzienlijke bijdrage leverde aan het herstelproces. Obukhov bespreekt ook hoe ze mogelijk toepasbaar is op andere dwangmatige gedragsstoornissen. Hoewel verder onderzoek nodig is, toont deze casestudie aan dat hypnose potentieel een waardevolle rol kan spelen binnen een geïntegreerde behandeling van OCD.

     

  • “Hypnotherapy: an effective treatment modality for trichotillomania” (Herman Avner Cohen, 1999), gepubliceerd in Acta Paediatrica, beschrijft een behandelmethode zonder medicijn voor patiënten met trichotillomanie (haaruittrekstoornis) op basis van hypnotherapie.

    In deze studie werden drie patiënten gedurende acht opeenvolgende weken ambulant behandeld met een combinatie van ontspanningsoefeningen en mentale beeldvorming binnen een hypnotherapeutisch kader. Twee van de drie patiënten rapporteerden volledige genezing na 7 tot 8 weken, terwijl de derde patiënt pas na 16 weken klachtenvrij werd. In dit laatste geval werd een tijdelijke terugval ervaren na vier weken als gevolg van schoolstress, maar die verdween opnieuw volledig na een aanvullende behandelsessie van drie weken.

    In de follow-up periode van 16 maanden vertoonde geen van de patiënten een terugval. De resultaten suggereren dat hypnotherapie als een volwaardige eerste behandeloptie kan worden beschouwd bij trichotillomanie.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina: Nagelbijten afleren onder hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij paniekaanvallen

Er bestaan peer-reviewed studies die aantonen hoe hypnotherapie specifiek kan worden ingezet bij paniekaanval, met blijvende resultaten:

  • “Treating Panic Disorder Hypnotically“ (David B. Reid, 2017), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft een gestructureerd hypnoseprotocol voor de behandeling van paniekaanval.

    In deze studie wordt de casus besproken van een 28-jarige brandweerman met een vier maanden durende geschiedenis van bijna dagelijkse paniekaanvallen. De aanpak omvatte onder andere het gebruik van hypnose op maat.

    Na een reeks sessies verminderden de frequentie en intensiteit van de paniekaanvallen aanzienlijk. Zes jaar later meldde de patiënt dat hij sinds de behandeling volledig paniekvrij was gebleven. Deze casus toont aan dat hypnotherapie bij paniekaanvallen tot opmerkelijk duurzame resultaten kan leiden.

     

  • “The use of hypnotic regression with panic disorder: A case report“ (Michael M. DelMonte, 1996), gepubliceerd in Australian Journal of Clinical Hypnotherapy and Hypnosis, beschrijft de behandeling van een 27-jarige verpleegkundige met een paniekstoornis die al 2,5 jaar aanhield.

    Voordat ze werd doorverwezen voor hypnose, had ze zonder succes cognitieve therapie gevolgd en medicatie (het antidepressivum Gamanil) gebruikt. Tijdens de hypnotherapie kwamen onderliggende patronen van verlatingsangst naar boven, die verbonden waren aan onveilige hechting met haar ouders in de kindertijd. Door middel van zes sessies met leeftijdsregressie onder hypnose en vier aanvullende sessies met psychotherapeutische nabespreking, begon haar toestand geleidelijk te verbeteren.

    Bij de follow-up na één jaar waren zowel de paniekaanvallen als haar agorafobie volledig verdwenen, zonder dat ze nog medicatie gebruikte. Deze casus illustreert hoe hypnotherapie, in het bijzonder regressietechnieken, kan helpen om diepgewortelde psychodynamische oorzaken van paniekstoornis aan te pakken met blijvend resultaat.

     

  • “The efficacy of hypnosis as a treatment for anxiety: A meta-analysis“ (Leonard S Milling, 2019), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht systematisch de resultaten van hypnosebehandelingen bij angstklachten op basis van 17 gecontroleerde studies.

    De gemiddelde effectgrootte aan het einde van de behandeling toonde aan dat mensen die hypnose kregen, meer verbetering in angstklachten vertoonden dan ongeveer 79% van de controlegroep. Bij langdurige follow-up bleek de verbetering zelfs groter dan bij 84% van de mensen in de controlegroep. Deze meta-analyse toont aan dat hypnose een krachtige techniek kan zijn bij het verlichten van angst.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina: Paniekaanvallen oplossen met hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij pijnbeheersing: chronische pijn - acute pijn - migraine

Verschillende peer-reviewed studies hebben de effectiviteit van hypnotherapie bij de behandeling van chronische pijn onderzocht en aangetoond dat hypnose een duurzame verlichting kan bieden bij acute pijn, chronische pijn, terugkerende hoofdpijn en migraine:

  • De review “Hypnosis, anesthesia, pain management, and preparation for medical procedures” door Donald Moss & Eric Willmarth (2019) in “Annals of Palliative Medicine” benadrukt de effectiviteit van hypnose voor pijnmanagement.

    De review toont aan dat hypnose de pijnintensiteit kan verminderen en de pijndrempel kan verhogen, wat suggereert dat hypnose een waardevolle tool kan zijn voor mensen met chronische pijn of acute pijn na een operatie.

  • De review “Neuroscientific results of experimental studies on the control of acute pain with hypnosis and suggested analgesia” door Wolfgang H R Miltner, Marcel Franz & Ewald Naumann (2024), gepubliceerd in “Frontiers in Psychology”, onderzoekt de neurale processen en hersenstructuren die betrokken zijn bij hypnose en de effecten van hypnotische suggesties op de verwerking van experimenteel opgewekte pijn.

    De review vat bevindingen samen van elektrofysiologische en beeldvormende studies, waarbij verschillende methoden zoals EEG, ERP, MEG, fMRI en PET worden gebruikt om hersenactiviteit te meten tijdens hypnose en hypnotische analgesie.

    De resultaten laten zien dat hypnose en suggestie van analgesie de neurale activiteit van hersenregio’s die betrokken zijn bij pijnverwerking kunnen veranderen, waaronder de somatosensorische cortex, insula, anterior cingulate cortex en andere gebieden die relevant zijn voor de emotionele en sensorische aspecten van pijn.

    Deze review suggereert dat hypnose een veelbelovende methode is voor pijnbeheersing door de modulatie van neurale processen in de hersenen.

  • “Hypnotherapy for the Management of Chronic Pain“ (Gary Elkins, 2007), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft hoe hypnose kan bijdragen aan langdurige pijnverlichting en een betere kwaliteit van leven bij mensen met chronische pijn.

    Deze systematische review analyseerde 13 gecontroleerde studies en concludeerde dat hypnose-interventies consequent leiden tot significante pijnvermindering bij verschillende vormen van chronische pijn. Hypnose bleek over het algemeen effectiever dan niet-hypnotische interventies zoals aandacht, kinesitherapie en educatie.

  • “The Effectiveness of Hypnosis for Pain Relief: A Systematic Review and Meta-Analysis of 85 Controlled Experimental Trials“ (Trevor Thompson, 2019), verschenen in Neuroscience and Biobehavioral Reviews, toont aan dat hypnose effectief is in het verminderen van pijnintensiteit, gebaseerd op een grote hoeveelheid gecontroleerde studies.

    Deze meta-analyse van 85 studies toont aan dat hypnose aanzienlijke pijnverlichting biedt, vooral bij personen met een gemiddelde tot hoge hypnotiseerbaarheid. De effectiviteit werd sterk beïnvloed door de mate van suggestibiliteit en het gebruik van directe pijnverlichtende suggesties.

  • “Hypnosis to Manage Musculoskeletal and Neuropathic Chronic Pain: A Systematic Review and Meta-Analysis“ (Pascaline Langlois, 2022), ook gepubliceerd in Neuroscience and Biobehavioral Reviews, bevestigt dat hypnose zowel bij musculoskeletale als neuropathische pijn een klinisch relevante vermindering van pijn kan geven.

    Deze review onderzocht het effect van hypnose bij de behandeling van musculoskeletale en neuropathische pijn. De resultaten suggereren dat hypnose een effectieve aanvullende therapie kan zijn om de pijnintensiteit te verlagen.

  • “Hypnotic Approaches for Chronic Pain Management“ (Mark P. Jensen, 2014), gepubliceerd in American Psychologist, bespreekt hoe hypnose niet alleen pijn kan verlichten, maar ook het psychologische welzijn verbetert bij mensen die lijden aan chronische pijn.

    Deze studie bespreekt klinische proeven die aantonen dat hypnose effectief is bij het verminderen van chronische pijn, hoewel de uitkomsten per persoon kunnen verschillen. Neurofysiologisch onderzoek toont aan dat hypnotische analgesie meetbare effecten heeft op hersenen en ruggenmerg, wat extra bewijs levert voor de specifieke werking van hypnose.

  • De studie “Long-term follow-up of self-hypnosis training for recurrent headaches: what the children say” (Daniel P. Kohen, 2010), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht de langetermijneffecten van hypnose bij jongeren die eerder waren doorverwezen voor hoofdpijnklachten.

    Uit een follow-up-enquête onder 52 respondenten bleek dat 85% blijvende verlichting ervoer door hypnose, zelfs jaren na afloop van de training.
    Opvallend was dat meer dan de helft van de jongeren zelfhypnose ook spontaan toepaste bij andere vormen van stress in hun leven, wat wijst op een brede toepasbaarheid van deze methode. De resultaten suggereren dat hypnose niet alleen effectief is op korte termijn, maar ook een blijvend positief effect kan hebben op het welzijn.

  • De studie “The Effectiveness of Mindful Hypnotherapy on Psychological Inflexibility, Pain Acceptance, Headache Disability and Intensity in Females with Chronic Migraine Headache: A Randomized Clinical Trial” (Hassan Khazraee, 2023), gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Life, onderzocht het effect van hypnotherapie bij vrouwen met chronische migraine. In dit gerandomiseerde klinische onderzoek werden 38 vrouwelijke deelnemers verdeeld over twee groepen: één groep kreeg standaard medische behandeling, terwijl de andere groep aanvullend mindful hypnotherapie volgde.

    Na afloop van de interventie bleek dat de deelnemers uit de hypnosegroep aanzienlijk minder last ervoeren van migraine in het dagelijks leven. Hun gemiddelde score op de Headache Disability Inventory daalde van 73,55 naar 23,33. Tegelijkertijd nam hun psychologische flexibiliteit toe en accepteerden ze de pijn beter, met een sterke stijging van hun score op de pijnacceptatieschaal. Ook de intensiteit van de migraine nam significant af.

    Deze resultaten suggereren dat hypnotherapie niet alleen helpt om de impact van migraine op het leven te verminderen, maar ook leidt tot een positievere mentale omgang met pijn. Daarmee biedt deze methode een krachtig, evidence-based alternatief voor mensen die op zoek zijn naar een aanvullende of medicatievrije benadering van migraine.

  • In de studie “Self-hypnosis training for headaches in children and adolescents” (Daniel P. Kohen, 2007), gepubliceerd in The Journal of Pediatrics, werd onderzocht wat het effect is van hypnose bij 144 patiënten met hoofdpijnklachten. De patiënten werden aangeleerd hoe ze hypnose konden gebruiken om beter om te gaan met hun klachten, zonder dat daar medicijnen voor nodig waren.

    De resultaten waren opvallend. Het gemiddeld aantal hoofdpijnaanvallen per week daalde van 4.5 naar ongeveer 1.4. Ook de ernst van de hoofdpijn nam sterk af: van een bijna ondraaglijke pijn (10.3) naar een veel beter beheersbaar niveau (4.7). Bovendien duurden de aanvallen veel minder lang, van gemiddeld 23.6 uren naar nog maar 3 uren. Er werden geen negatieve bijwerkingen gemeld. De studie laat zien dat hypnose geassocieerd is met een significante verbetering van chronische terugkerende hoofdpijn.

  • De studie “Systematic Review of the Effectiveness of Hypnosis for the Management of Headache” (Niamh Flynn, 2018), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, bracht de resultaten samen van acht eerdere wetenschappelijke onderzoeken naar hypnose bij migraine en hoofdpijn. In deze review werd gekeken naar verschillende vormen van hypnose, soms in combinatie met andere technieken zoals ontspanningsoefeningen, visualisatie of het verplaatsen van pijnbeleving.

    De conclusie was duidelijk: hypnotherapie blijkt effectief te zijn in het verminderen van zowel de frequentie als de ernst van hoofdpijn, op korte én lange termijn. Voor mensen die op zoek zijn naar een natuurlijke en niet-medicamenteuze aanpak van migraine, biedt hypnose dus een veelbelovende en wetenschappelijk onderbouwde optie.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina’s:
Hypnose bij chronische pijn
Hoofdpijn en migraine oplossen door hypnose

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij prikkelbaredarmsyndroom - PDS

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij de behandeling van prikkelbaredarmsyndroom PDS onderzocht en tonen veelbelovende resultaten:

  • “Gut-directed hypnosis and hypnotherapy for irritable bowel syndrome: a mini-review” (Winfried Häuser, 2024), gepubliceerd in Frontiers in Psychology, bespreekt hypnose bij het prikkelbare darm syndroom (PDS) op basis van bestaande studies.

    De review verwijst naar meerdere gerandomiseerde studies en meta-analyses, waaronder één met 464 deelnemers. Hypnose bleek zowel op korte als lange termijn superieur aan controlegroepen in het verlichten van PDS-symptomen. Ook in klinische praktijkstudies werd bij meer dan 75% van de patiënten een klinisch relevante verbetering vastgesteld, met blijvend resultaat tot zes jaar later. De auteur benadrukt dat hypnose evidence-based is en intussen opgenomen is in Europese en Amerikaanse richtlijnen als therapie voor PDS.

  • “Gut-Directed Hypnotherapy for Irritable Bowel Syndrome: A Systematic Review and Meta-Analysis” (Elizabeth C. Adler et al., 2025), gepubliceerd in Neurogastroenterology & Motility, onderzoekt de effectiviteit van hypnotherapie bij PDS.

    De meta-analyse omvatte 12 studies met in totaal 1158 deelnemers. De resultaten tonen aan dat hypnotherapie globaal gezien effectiever was dan controlegroepen, met name bij het verminderen van pijn en algemene PDS-symptomen. De verbetering in globale symptomen was statistisch significant, terwijl pijnscores ook afnamen. De bevindingen ondersteunen het gebruik van hypnotherapie als waardevolle behandeloptie.

  • “Hypnosis Treatment of Gastrointestinal Disorders: A Comprehensive Review of the Empirical Evidence” (Olafur S. Palsson, 2015), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, biedt een uitgebreid overzicht van 35 studies, waaronder 17 gerandomiseerde gecontroleerde trials, over het gebruik van hypnotherapie bij gastro-intestinale aandoeningen.

    Van de 24 studies die zich richten op volwassenen met PDS en de 5 studies bij kinderen, rapporteerden alle significante verbetering van de symptomen. In 7 van de 10 studies bij volwassenen en in alle studies bij kinderen bleek hypnose superieur aan de controlegroepen. De resultaten tonen aan dat hypnotherapie voor zowel volwassen als pediatrische PDS-patiënten een effectieve en langdurige verlichting kan bieden, vooral bij wie onvoldoende baat heeft bij standaard medische behandelingen.

  • “Hypnotherapy for children with functional abdominal pain or irritable bowel syndrome: a randomized controlled trial” (Arine M. Vlieger et al., 2007), gepubliceerd in Gastroenterology, vergelijkt de effectiviteit van darmgerichte hypnotherapie met standaard medische therapie bij kinderen met functionele buikpijn (FAP) of prikkelbare darm syndroom (PDS).

    In totaal namen 53 kinderen (8–18 jaar) deel aan de studie, waarvan 31 met FAP en 22 met PDS. De hypnotherapiegroep kreeg zes sessies verspreid over drie maanden, terwijl de controlegroep standaard medische zorg en ondersteunende gesprekken kreeg. Eén jaar na de behandeling werd bij 85% van de kinderen in de hypnotherapiegroep een succesvolle uitkomst vastgesteld, tegenover slechts 25% in de controlegroep. Hypnotherapie leidde tot een aanzienlijk sterkere daling in pijnintensiteit en -frequentie, en de resultaten bleven behouden bij de follow-up na twaalf maanden.

    Een vervolgstudie, “Long-term follow-up of gut-directed hypnotherapy vs. standard care in children with functional abdominal pain or irritable bowel syndrome” (Vlieger et al., 2012), gepubliceerd in The American Journal of Gastroenterology, onderzocht hoe duurzaam het effect van hypnotherapie was bij dezelfde groep kinderen, gemiddeld 4,8 jaar na de behandeling.

    Van de oorspronkelijke 53 deelnemers namen 49 opnieuw deel aan het onderzoek. De resultaten bevestigen de eerdere bevindingen: 68% van de kinderen die hypnotherapie hadden gevolgd, was nog steeds klachtenvrij. Ook de scores voor pijnintensiteit en -frequentie bleven op lange termijn significant lager. Deze langetermijnopvolging toont aan dat de voordelen van hypnotherapie niet alleen sterk zijn op korte termijn, maar ook jaren later nog merkbaar blijven.

  • De baanbrekende studie van Whorwell et al., “Controlled trial of hypnotherapy in the treatment of severe refractory irritable-bowel syndrome” (1984), gepubliceerd in The Lancet, onderzocht het effect van hypnotherapie bij 30 patiënten met ernstige, therapieresistente PDS. De deelnemers werden willekeurig toegewezen aan hypnotherapie of aan een combinatie van psychotherapie en placebo. De hypnotherapiegroep vertoonde een dramatische verbetering in alle symptomen: buikpijn, opgeblazen gevoel, algemene gezondheid én stoelgang. De controlegroep zag slechts een beperkte verbetering in enkele klachten, zonder invloed op het stoelgangpatroon. Tijdens de drie maanden follow-up waren er bij de hypnotherapiegroep geen terugvallen of vervangingssymptomen, wat de robuustheid van het effect benadrukt.

    Drie jaar later verscheen in Gut het vervolg met de titel “Hypnotherapy in severe irritable bowel syndrome: further experience” (Whorwell et al., 1987). Hier werden 15 patiënten langdurig opgevolgd: gemiddeld 18 maanden na de therapie bleven zij klachtenvrij, op twee tijdelijke terugvallen na die met één extra sessie opnieuw onder controle kwamen.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over hypnotherapie bij PDS.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij rouwverwerking

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij rouwverwerking en omgaan met verlies onderzocht en tonen veelbelovende resultaten:

  • “Effects of Ericksonian Hypnotherapy Versus Cognitive Behavioral Therapy on Prolonged Grief Among University Students: A Randomized Clinical Trial” (Metin Çınaroğlu et al., 2025), gepubliceerd in International Journal of Clinical & Experimental Hypnosis, onderzoekt de doeltreffendheid van Ericksoniaanse hypnotherapie (EH) vergeleken met cognitieve gedragstherapie (CBT) bij langdurige rouw.

    De studie omvatte 39 deelnemers die een verlies hadden meegemaakt en symptomen vertoonden van langdurige rouw. Ze werden willekeurig verdeeld over drie groepen: EH, CBT en een wachtlijstgroep als controle. De therapieën werden geëvalueerd met behulp van wetenschappelijk erkende meetmethodes om na te gaan in hoeverre de rouwklachten bij de deelnemers verbeterden. De bevindingen toonden significante verbeteringen in zowel de hypnotherapie- als de CGT-groep vergeleken met de controlegroep, met hypnotherapie die iets effectiever bleek in het verminderen van rouwsymptomen. De resultaten suggereren dat hypnotherapie een waardevolle methode is voor het ondersteunen van rouwverwerking.

  • “Hypnotic Treatment of PTSD in Children Who Have Complicated Bereavement” (Alex Iglesias et al., 2005), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft het gebruik van hypnose bij twee kinderen die te maken kregen met traumatisch verlies van hun vaderfiguur.

    De behandeling bestond uit één enkele sessie hypnose, waarin gewerkt werd met een therapeutisch verhaal dat was afgestemd op hun traumatische ervaring. Bij de opvolging een week later, en opnieuw na twee maanden telefonisch, bleken de traumatische symptomen verdwenen en was het natuurlijke rouwproces spontaan op gang gekomen. Deze bevindingen suggereren dat hypnose zelfs in één sessie al kan bijdragen aan het herstellen van een verstoorde rouwverwerking bij kinderen na een ingrijpend verlies.

  • “Hypnotherapy for Traumatic Grief: Janetian and Modern Approaches Integrated” (Onno van der Hart et al., 1990), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, biedt een uitgebreid overzicht van hoe hypnose ingezet kan worden bij traumatische rouw waarin psychologisch trauma het natuurlijke rouwproces belemmert.

    De auteurs combineren het historische werk van Pierre Janet met moderne hypnotherapeutische technieken om traumatische herinneringen te ontkoppelen van hun emotionele lading. Dit maakt het mogelijk om ze te verwerken als een samenhangend en hanteerbaar verhaal, wat essentieel is om tot rouw te komen. Er worden tien casussen besproken – van historische patiënten tot moderne toepassingen – waarbij hypnose onder andere werd ingezet voor het oproepen, neutraliseren en herschrijven van traumatische herinneringen. Bij meerdere patiënten leidde dit tot significante verlichting van symptomen zoals nachtmerries, flashbacks, schuldgevoelens en emotionele verlamming, en tot hervatting van het rouwproces. In sommige gevallen werd bij follow-up, tot zelfs 14 jaar later, een stabiele verbetering vastgesteld.

    De studie benadrukt dat hypnose niet alleen helpt bij het doorbreken van trauma-gerelateerde blokkades, maar ook kan bijdragen aan een symbolisch afscheid van de overledene en een heroriëntatie op de toekomst.

  • “Clinical Hypnotherapy in Grief Resolution – A Case Report” (Aarzoo Gupta et al., 2020), gepubliceerd in Indian Journal of Psychological Medicine, beschrijft een diepgaand traject van hypnotherapie bij een 47-jarige man die worstelde met langdurige rouw na het verlies van zijn zoon door zelfmoord.

    De patiënt vertoonde ernstige depressieve klachten, suïcidale gedachten, alcoholafhankelijkheid en sociale terugtrekking. In de vier jaar voorafgaand aan de hypnotherapie had hij veertien ziekenhuisopnames doorgemaakt, voornamelijk rond herdenkingsmomenten. Pogingen tot gesprekstherapie mislukten, doordat de patiënt blokkeerde bij directe confrontatie met het verlies.


    Daarom werd gekozen voor hypnotherapie, waarbij gebruik werd gemaakt van metaforen en toekomstgerichte visualisatie om het onderbewuste te bereiken. Na een eerste hypnosesessie van 90 minuten, begon de patiënt dagelijks met zelfhypnose.

    De resultaten over tijd waren opmerkelijk: het alcoholgebruik daalde drastisch, ziekenhuisopnames bleven uit, en de man hervond zingeving in sociaal engagement. Bij een terugval vier maanden na de start van de therapie kon snel worden ingegrepen, en bij het overlijden van zijn vader bleef hij stabiel. Eén jaar na de start van de therapie nam hij voor het eerst sinds zes jaar opnieuw deel aan het ritueel ter nagedachtenis van zijn zoon. De casus toont hoe hypnotherapie, zeker bij weerstand tegen directe gespreksvormen, een krachtig alternatief kan bieden voor rouwverwerking.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over rouwverwerking met hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij seksuele problemen - erectiestoornis - vaginisme

Verschillende peer-reviewed studies tonen aan dat hypnotherapie een waardevolle rol kan spelen in het verbeteren van seksuele functie, pijnreductie, psychoseksueel welzijn, erectiestoornissen, psychogene impotentie en vaginisme:

  • “Hypnotic Relaxation Therapy and Sexual Function in Postmenopausal Women: Results of a Randomized Clinical Trial“ (Alisa J. Johnson et al., 2016), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht het effect van hypnotherapie op seksuele functie bij postmenopauzale vrouwen.

    Vijf wekelijkse hypnose sessies resulteerden in een duidelijke toename van seksueel genot en een vermindering van ongemak tijdens seksuele activiteit. Deze verbeteringen bleven behouden of namen zelfs verder toe tot 12 weken na de sessies. De resultaten van deze analyse bieden aanwijzingen dat hypnotherapie kan helpen om de seksuele functie bij postmenopauzale vrouwen te verbeteren.

  • “Hypnotherapy of Impotence“ (Herdis L. Deabler, 1976), verschenen in de American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft een hypnoanalytische aanpak van impotentie waarbij onbewuste remmingen worden blootgelegd en negatieve emoties zoals angst, schuld en/of woede worden losgelaten.

    Door middel van positieve herinterpretatie van seksuele prikkels en egoversterking kon in een casus de seksuele functie succesvol worden hersteld. (het volledig artikel is helaas enkel toegankelijk via een betaald abonnement).

  • “Effectiveness of Hypnosis for the Treatment of Vulvar Vestibulitis Syndrome: A Preliminary Investigation“ (Caroline Pukall et al., 2007), gepubliceerd in The Journal of Sexual Medicine, onderzocht acht vrouwen met vulvaire vestibulitis (chronische pijn aan de vaginale opening bij penetratie).

    Na zes hypnosesessies ervoeren de deelnemers een significante vermindering van pijn tijdens gynaecologisch onderzoek en geslachtsgemeenschap, evenals een verbetering van seksuele tevredenheid. De studie suggereert dat hypnose een waardevolle aanvullende behandelmethode kan zijn bij seksuele pijnstoornissen.

  • “Hypnosis and Dyspareunia: A Meta Analysis“ (Hanung Prasetya et al., 2020), gepubliceerd in de Indonesian Journal of Medicine, bundelt resultaten uit meerdere studies over hypnose bij pijnlijke seksuele activiteit.

    De meta-analyse toont aan dat hypnose significant pijn tijdens seks vermindert en de intensiteit van de pijn verlaagt. Deze resultaten bevestigen de klinische waarde van hypnose bij het verminderen van pijn tijdens seksuele activiteit.

  • “Hypnosis and Sexual Arousal: A Meta-Analysis” (Hanung Prasetya et al., 2020), gepresenteerd op The 7th International Conference on Public Health, onderzocht via een meta-analyse het effect van hypnose op seksuele opwinding. De resultaten toonden aan dat hypnose de seksuele opwinding met een factor 2,16 verhoogde ten opzichte van geen therapie. De auteurs concluderen dat hypnose een effectieve methode is om seksuele opwinding te stimuleren.


IMPOTENTIE – ERECTIESTOORNIS:

  • “The hypnotherapeutic treatment of impotence“ (W.O. Ward, 1977), gepubliceerd in Virginia Medical, bespreekt de behandeling van vijftig mannen met primaire of secundaire impotentie via hypnotherapie. Bijna alle patiënten hervonden hun seksuele functioneren, met blijvende resultaten bij follow-up. Hypnose gebruikt als een onthullende modaliteit blijkt opmerkelijk effectief te zijn. Dit, in combinatie met ego-versterking en suggesties voor een nieuw zelfbeeld, lijkt de voorkeursbehandeling te zijn voor psychogene impotentie.

     

  • “Efficacy of testosterone, trazodone, and hypnotic suggestion in the treatment of non-organic male sexual dysfunction“ (S. Aydin, 2003), gepubliceerd in de British Journal of Urology, onderzoekt het effect van drie behandelmethodes bij 79 mannen met erectiestoornissen zonder aantoonbare organische oorzaak.

    De deelnemers werden verdeeld in vier groepen: één kreeg testosteron, één trazodon, één onderging hypnose, en één groep kreeg een placebo. Acht weken na de start van de behandeling werd de vooruitgang geëvalueerd via interviews met zowel de patiënt als diens partner.

    De resultaten waren opvallend: placebo leidde tot 39% verbetering, testosteron tot 60%, trazodon tot 67% en hypnotische suggestie tot 80%. De conclusie van de onderzoekers was dat hypnose als enige behandeling duidelijk superieur was aan de andere methoden.

     

  • “Hypnotherapy in male impotence“ (K. Fuchs, 1985), gepubliceerd door Springer Nature, beschrijft de behandeling van negen mannen met secundaire impotentie, zonder onderliggende organische oorzaak. De patiënten, tussen 25 en 58 jaar oud, hadden al 1 tot 6 jaar last van erectieproblemen, veroorzaakt door uiteenlopende emotionele gebeurtenissen zoals een hartinfarct, familieconflicten, rouw, schuldgevoelens, falen in universitaire studies.

    De behandeling bestond uit 1 tot 3 sessies hypnotherapie met indirecte suggesties volgens de methode van Milton Erickson. Alle negen patiënten herwonnen hun seksuele functie; slechts één van hen had zes maanden later een extra sessie nodig.

    De auteur concludeert dat hypnotherapie de voorkeursbehandeling is voor dit type seksuele disfunctie, mede door de korte duur, de individuele toepasbaarheid en het hoge slagingspercentage.

     

  • “Psychogenic Impotence with a Hypnotherapy Case Illustration“ (Jerome M. Schneck, 1970), verschenen bij Elsevier, onderzoekt de toepassing van hypnose bij psychogene impotentie aan de hand van een gedetailleerde casusbeschrijving. De patiënt was een gehuwde man van 35 jaar die reeds meer dan een jaar leed aan impotentie, zonder organische oorzaak.

    De hypnotherapeutische aanpak omvatte zowel ontspanning als directe suggesties, toegespitst op het hervinden van zelfvertrouwen en het verminderen van prestatieangst. Na slechts enkele sessies werd er significante verbetering gerapporteerd: de patiënt herwon zijn erectiecapaciteit en kon opnieuw geslachtsgemeenschap hebben.

    Bij follow-up bleek de verbetering aan te houden. De effectiviteit werd treffend samengevat in een brief van de patiënt zelf: “De huwelijksreis was in alle opzichten geweldig en sindsdien gaat alles goed… We zijn allebei ontzettend gelukkig en hebben veel om dankbaar voor te zijn.” De studie concludeert dat hypnotherapie een waardevolle en duurzame behandeling kan zijn voor mannen met psychogene erectiestoornissen.

     

  • “A Follow-up Study in the Use of Hypnotherapy in the Treatment of Psychogenic Impotency“ (Harold B. Crasilneck, 1982), gepubliceerd in de American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft een studie bij 100 mannen met psychogene impotentie (gemiddelde leeftijd 40 jaar) die eerder niet hadden gereageerd op medicamenteuze behandelingen.

    Maar liefst 92% van de deelnemers bleek hypnotiseerbaar, en gemiddeld na vijf sessies kwam de impotentie onder controle. Bij een follow-up één jaar later bleken 87 mannen volledig impotentievrij, zonder vervangende klachten. De auteur concludeert dat hypnotherapie als eerstelijnsbehandeling overwogen moet worden bij psychogene erectiestoornissen, zeker wanneer medicatie faalt.

    Volgens de auteur maakt hypnose het mogelijk om onderdrukte psychische oorzaken van het probleem naar boven te halen, wat leidt tot zowel intellectueel als emotioneel inzicht bij de patiënt — en structureel herstel.


VAGINISME:

  • “Therapy of vaginismus by hypnotic desensitization” (Karl Fuchs, 1980), gepubliceerd in American Journal of Obstetrics and Gynecology, onderzocht de toepassing van hypnose bij 71 vrouwen met vaginisme.

    De resultaten waren opvallend positief: 69 van de vrouwen behaalden succes. Bij follow-up na 2 tot 5 jaar werden geen terugvallen vastgesteld. De studie toont aan dat hypnotische desensitisatie een zeer effectieve langetermijnoplossing kan bieden voor vrouwen met vaginisme.

  • “The effect of behavioral-cognitive hypnotherapy on improving anxiety and sexual performance of vaginismus patients” (Ronak Eshghi et al., 2018), gepubliceerd in het Journal of Clinical Psychology, onderzocht het effect van gedragscognitieve hypnotherapie bij 26 koppels met vaginisme.

    De experimentele groep ontving gedurende twee maanden hypnotherapie. De evaluatie werd gemeten op drie momenten: voor, na en bij follow-up. De resultaten toonden significante verbeteringen in seksuele functie en afname van angst bij de experimentele groep. Deze effecten bleven behouden bij de follow-up, wat erop wijst dat gedragscognitieve hypnotherapie een doeltreffende aanpak kan zijn voor zowel de lichamelijke als psychologische aspecten van vaginisme.

  • “Vaginismus treatment. Hypnotherapy versus behavior therapy” (Mohammed A. Al-Sughayir, 2012), gepubliceerd in Neurosciences (Riyadh), vergeleek het effect van hypnotherapie met gedragstherapie bij 36 vrouwen met vaginisme.

    De vrouwen kregen therapie tot ze succesvol seks konden hebben. Uit de resultaten bleek dat beide methoden effectief waren, maar hypnotherapie presteerde beter in het verlagen van seksuele angst bij de vrouw en het verhogen van seksuele tevredenheid bij de echtgenoot. Bovendien bereikten vrouwen in de hypnosegroep sneller resultaat met minder sessies. De studie concludeert dat hypnotherapie een kost- en tijdefficiënte methode is om vaginisme succesvol aan te pakken.

  • “Using hypnosis in a case of vaginismus: a case report” (Reza Pourhosein et al., 2011), gepubliceerd in Procedia – Social and Behavioral Sciences, beschrijft de succesvolle behandeling van een 35-jarige vrouw die al 11 jaar kampte met vaginisme.

    De vrouw had al meerdere gynaecologische consultaties achter de rug en kreeg zelfs een operatie aangeraden, maar lichamelijke oorzaken werden uitgesloten. Tijdens hypnose stelde ze zich voor dat ze met haar man volledige seks had — wat leidde tot emotionele opwinding en zelfs orgasme. Binnen een week meldde ze pijnloze geslachtsgemeenschap en na drie maanden follow-up gaf ze aan nog steeds tevreden te zijn, zonder klachten. De studie concludeert dat hypnotherapie een doeltreffende methode kan zijn bij psychologisch veroorzaakte vaginisme, met duurzame resultaten.

  • “Treatment of vaginismus by hypnotic psychotherapy” (Andrea Ambrosetti, 2019), gepubliceerd in Pelviperineology, bespreekt een onderzoek waarin medische hypnose wordt geëvalueerd bij vaginisme.

    De auteur stelt dat vrouwen met vaginisme vaak te maken hebben met een psychobiologische kwetsbaarheid, voornamelijk veroorzaakt door een hyperactief emotioneel systeem en spierspanning in de bekkenbodem. Hypnose blijkt in dit kader bijzonder effectief: het vermindert niet alleen angst en pijn, maar draagt ook bij aan spierontspanning en het verkorten van de therapietijd. Volgens dokter Ambrosetti is vaginisme eerder verbonden aan ‘biologische angsten’ uit de reptielenhersenen dan aan louter angst voor penetratie, en speelt hypnose een belangrijke rol in het herstellen van de communicatie tussen lichaam en emotie.

  • “An integrative approach to the psychotherapeutic treatment of vaginismus incorporating hypnosuggestion and hypnoanalysis” (Lynda Dolan, 2009), gepubliceerd in Australian Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft een casestudy van een vrouw met vaginisme.

    De behandeling maakte gebruik van een integratieve aanpak waarin hypnosuggestie en hypnoanalyse centraal stonden. In de eerste fase werd gewerkt aan het verlagen van prestatieangst en het doorbreken van de spierspanning die de vaginisme veroorzaakte. In de daaropvolgende sessies kwamen diepere oorzaken naar boven, zoals seksuele aversie en angst gerelateerd aan familie, religieuze overtuigingen en relationele patronen. Hypnose hielp daarbij om verschillende therapeutische systemen te integreren, en vormde de kern van het helingsproces. De case illustreert hoe hypnose niet alleen lichamelijke symptomen verlicht, maar ook helpt bij het verkrijgen van emotioneel en existentieel inzicht.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina’s:
Hypnose bij seksuele problemen
Hypnose voor erectiestoornissen

Hypnotherapie bij vaginisme

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij slaapproblemen

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij de behandeling van slapeloosheid en andere slaapstoornissen onderzocht. De resultaten zijn veelbelovend en tonen aan dat hypnose een zinvolle, niet-farmacologische benadering kan zijn:

  • De systematische review “Hypnosis Intervention Effects on Sleep Outcomes: A Systematic Review” door Irina Chamine, Rachel Atchley & Barry S Oken (2018), gepubliceerd in “Journal of Clinical Sleep Medicine”, onderzocht de effecten van hypnose-interventies op slaap bij volwassenen met slaapproblemen of aandoeningen die vaak samengaan met slaapproblemen.

    De review omvatte 24 studies met verschillende onderzoeksdesigns, populaties en interventies. Van de studies rapporteerde 58,3% een positief effect van hypnose op slaapuitkomsten, terwijl 12,5% gemengde resultaten liet zien en 29,2% geen effect rapporteerde. De bevindingen suggereren dat hypnose een veelbelovende, veilige en kosteneffectieve therapie is voor slaapproblemen, met potentiële voordelen voor verschillende slaapdimensies.

  • “Hypnotic relaxation and the reduction of sleep onset insomnia” (Harry Stanton, 1989), gepubliceerd in International Journal of Psychosomatics, vergelijkt hypnose met stimuluscontrole en placebo bij 45 volwassenen met inslaapproblemen. De hypnosegroep kreeg vier wekelijkse sessies van elk 30 minuten waarin ontspanning en suggestie centraal stonden. Alleen deze groep toonde een significante vermindering in inslaaptijd; de andere groepen kenden geen vooruitgang. De studie bevestigt dat hypnose specifiek kan helpen bij problemen met het inslapen, waar andere gedragsstrategieën tekortschieten.

  • “Hypnosis intervention for sleep disturbance: determination of optimal dose and method of delivery for postmenopausal women” (Gary Elkins et al., 2021), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht welke vorm van hypnose het meest geschikt is voor slaapproblemen. Negentig deelnemers kregen vijf of drie sessies, telefonisch of in persoon. Alle varianten bleken even effectief: slaapkwaliteit verbeterde even sterk in elke groep. Dit toont aan dat hypnose niet alleen effectief is, maar ook flexibel inzetbaar is – zelfs telefonisch – met maximaal resultaat.

  • “Self-hypnosis for sleep disturbances in menopausal women” (Julie L. Otte et al., 2020), gepubliceerd in Journal of Women’s Health, bespreekt een gerandomiseerde klinische studie onder 90 vrouwen in de menopauze. De vrouwen kregen instructies voor dagelijkse zelfhypnose, aangevuld met audiobestanden. Alle groepen – ongeacht of ze sessies telefonisch of in persoon kregen – rapporteerden een significante verbetering in slaapkwaliteit, meer minuten slaap per nacht en een vermindering van de hinder door slechte slaap. Tussen 50% en 77% van de deelneemsters ervoer klinisch betekenisvolle verbeteringen, wat de doeltreffendheid van hypnose bij slaapproblemen onderstreept.

  • “Hypnosis for treatment of insomnia in school-age children: a retrospective chart review” (Ran D. Anbar et al., 2006), verschenen in BMC Pediatrics, onderzocht 75 kinderen tussen 7 en 17 jaar met langdurige slapeloosheid. Bij 90% van de kinderen met inslaapproblemen nam de inslaaptijd duidelijk af na hypnose. Ook onder kinderen die vaak ’s nachts wakker werden, meldde 52% volledige resolutie van het probleem en 38% duidelijke verbetering. Opvallend is dat slechts één of twee hypnosesessies vaak voldoende waren. Ook bijkomende klachten zoals buikpijn en hoofdpijn verbeterden bij 87% van de kinderen. De studie suggereert dat hypnose snel en efficiënt kan werken, met brede effecten op zowel slaap als lichamelijke klachten.

  • “The use of indirect hypnotic suggestions for insomnia arising from generalized anxiety: a case report” (Gordon Cochrane, 1989), gepubliceerd in American Journal of Clinical Hypnosis, beschrijft de behandeling van een succesvolle zakenman met slapeloosheid als gevolg van angst. De hypnotherapie omvatte indirecte suggesties voor de slapeloosheid, overgebracht via metaforische verhalen die bedoeld waren als een indirecte interventie voor de angst. De cliënt toonde niet alleen een verbetering in slaap, maar ook in zijn algemene functioneren. De positieve veranderingen bleken nog steeds aanwezig bij de follow-up twee jaar later, wat het potentieel van hypnose onderstreept bij hardnekkige slaapproblemen met onderliggende angst.

  • “Chronic insomnia: outcome of hypnotherapeutic intervention in six cases” (Philip M. Becker, 1993), verschenen in American Journal of Clinical Hypnosis, bespreekt zes patiënten met chronische slapeloosheid, gedefinieerd als minstens drie slapeloze nachten per week gedurende zes maanden. Drie patiënten reageerden positief na slechts twee hypnosesessies en bleven stabiel verbeterd zelfs na zestien maanden. De studie toont hoe hypnose effectief kan zijn zelfs bij langdurige, complexe slapeloosheid.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina: Slaapproblemen oplossen met hypnose.

Wetenschappen & hypnose

Effectiviteit van hypnose bij de behandeling van diverse psychische en lichamelijke klachten, ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.

Wetenschappelijke studie met microscoopglaasjes en een petrischaal

Hypnose voor verbeteren sportprestaties

Het artikel “The Application of Hypnosis in Sports” door Zhe Li & Su-Xia Li (2022) in “Frontiers in Psychology”, onderzoekt de toepassingen van hypnose in de sportwereld.

Het artikel benadrukt de potentie van hypnose om de sportprestaties te verbeteren door verschillende psychologische factoren te beïnvloeden. Hypnose kan helpen bij het exploreren van het potentieel van atleten, het verlichten van angst en het verminderen van faalangst.

Verder kan hypnose bijdragen aan het leren en verbeteren van technieken, het snel verlichten van vermoeidheid, het herstellen van energie en het verbeteren van de slaapkwaliteit.

Conclusie

Bestaand bewijs suggereert dat hypnose een waardevolle tool kan zijn voor sporters die hun prestaties willen optimaliseren.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij stoppen met roken

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij stoppen met roken onderzocht en tonen veelbelovende resultaten:

  • “A data-analytic evaluation of smoking cessation via online hypnosis“ (Lorenz A. Gilch en Alexandra Wojak, 2021), gepubliceerd via arXiv (Cornell University), onderzocht het effect van online hypnose op stoppen met roken tijdens de coronapandemie.

    In totaal namen 83 rokers deel aan de studie. Ze kregen 2 online hypnosesessies, en daarnaast twee audiobestanden om zelf verder te oefenen. De deelnemers werden daarna tot zes maanden lang opgevolgd.

    Van de deelnemers waren 86% zelfs na zes maanden nog volledig gestopt met roken. En zelfs onder de deelnemers die nog wél rookten, daalde het aantal sigaretten met gemiddeld 32%. De studie benadrukt dat hypnose goed kan werken als mensen zelf ook gemotiveerd zijn en meewerken.

  • “Performance by gender in a stop-smoking program combining hypnosis and aversion” (D. L. Johnson et al., 1994), gepubliceerd in Psychological Reports, beschrijft een studie naar het effect van een gecombineerde hypnose- en aversietherapie bij mannelijke en vrouwelijke rokers.

    De studie omvatte 93 mannen en 93 vrouwen die ambulante patiënten waren in een geestelijke gezondheidskliniek. De deelnemers volgden een twee weken durend programma waarin hypnotische technieken gecombineerd werden met aversieconditionering. Na afloop van het programma rapporteerde 92% van de mannen en 90% van de vrouwen volledige abstinentie. Bij de follow-up na 3 maanden gaf 86% van de mannen en 87% van de vrouwen aan nog steeds niet te roken. De hoge succespercentages wijzen op een opvallende effectiviteit van deze methode.

  • “Alternative smoking cessation aids: a meta-analysis of randomized controlled trials“ (Mehdi Tahiri et al., 2012), gepubliceerd in The American Journal of Medicine, onderzocht hoe effectief alternatieve therapie is bij het stoppen met roken op lange termijn (na 6 tot 12 maanden).

    Van de 14 studies in de analyse gingen er 4 specifiek over hypnotherapie, met een totaal van 273 deelnemers. De resultaten tonen dat mensen die hypnotherapie volgden meer dan 4 keer zoveel kans hadden om succesvol te stoppen met roken vergeleken met mensen zonder behandeling (odds ratio 4.55). De cijfers wijzen aan dat hypnose een veelbelovende optie is voor wie wil stoppen met roken.

  • “Intensive hypnotherapy for smoking cessation: a prospective study” (Gary Elkins et al., 2006), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht de effectiviteit van hypnotherapie bij het stoppen met roken.

    Twintig volwassen rokers werden willekeurig toegewezen aan een hypnosegroep of een wachtlijstcontrolegroep. De hypnosegroep kreeg individuele hypnosesessies met onder andere gepersonaliseerde hypnotische suggesties, zelfhypnose-oefeningen en counseling. De follow-up metingen werden op 3 momenten gedaan: na 8, 12 en 26 weken. Rookstop werd telkens gecontroleerd zowel via zelfrapportage als via biochemische metingen van uitgeademde koolmonoxide.

    De resultaten waren opvallend: 60% van de hypnosegroep was nog steeds gestopt met roken na 12 weken, en 40% bleef nog steeds abstinent tot 26 weken. In de controlegroep stopte niemand. De auteurs concluderen dat een intensieve, gestructureerde hypnotherapie behandeling significante voordelen kan opleveren ten opzichte van minimale interventies, vooral bij gemotiveerde rokers.

  • “Clinical hypnosis for smoking cessation: preliminary results of a three-session intervention” (Gary Elkins et al., 2004), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft een klinisch hypnoseprotocol dat bestond uit drie sessies voor mensen die wilden stoppen met roken.

    Dertig patiënten werden door hun huisarts doorverwezen, waarvan 21 deelnemers daadwerkelijk de hypnosesessies volgden. De behandeling omvatte een eerste consult zonder hypnose, gevolgd door twee individuele hypnosesessies met gepersonaliseerde suggesties, visualisaties en instructies voor zelfhypnose.

    Bij het einde van de behandeling meldde 81% van de deelnemers dat ze gestopt waren met roken. Bij follow-up na 12 maanden rapporteerde 48% nog steeds volledig abstinent te zijn. Patiënttevredenheid was zeer hoog: 95% was tevreden over de behandeling. De auteurs benadrukken dat deze resultaten veelbelovend zijn.

  • “One-session hypnotherapy for smoking: a controlled study” (A. F. Javel, 1980), gepubliceerd in Psychological Reports, onderzocht het effect van een eenmalige hypnosesessie op rookstop bij patiënten in een ziekenhuissetting.

    Dertig rokers tussen 27 en 72 jaar oud werden verdeeld over drie groepen: een groep kreeg hypnose met suggesties, een tweede groep kreeg enkel suggesties zonder hypnose, en een derde groep kreeg geen behandeling. Bij de follow-up na 3 maanden bleek 60% van de hypnosegroep gestopt met roken, tegenover 40% in de suggestiegroep en 0% in de controlegroep. Deze resultaten suggereren dat zelfs een éénmalige hypnosesessie een krachtig effect kan hebben bij rookstop.

  • “Freedom from smoking: integrating hypnotic methods and rapid smoking to facilitate smoking cessation” (Joseph Barber, 2001), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft een gecombineerde aanpak waarbij hypnose wordt geïntegreerd in een kortdurend Rapid Smoking-protocol.

    In totaal werden 43 opeenvolgende patiënten behandeld met deze gecombineerde methode, waarbij hypnotische suggesties gericht op controle en afkeer werden gekoppeld aan Rapid Smoking-technieken. De behandeling was kortdurend en gestructureerd, met nadruk op motivatie, conditionering en zelfhypnose.

    Bij de follow-up, die varieerde van 6 maanden tot 3 jaar na behandeling, rapporteerden 39 van de 43 deelnemers (91%) dat ze nog steeds volledig abstinent waren. De resultaten suggereren dat het combineren van hypnose met aversieve technieken zoals Rapid Smoking een krachtig effect kan hebben op het langdurig stoppen met roken.

  • “Systematic review on hypnotherapy and smoking cessation” (Vindhya Ekanayake et al., 2025), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, biedt een uitgebreid overzicht van het bestaande wetenschappelijk onderzoek naar hypnotherapie als hulpmiddel bij rookstop.

    Van de 33 studies die voldeden aan strenge criteria voor effectmeting, rapporteerde 66,7% een positief effect van hypnose op rookstop. De auteurs concluderen dat hypnotherapie een veelbelovende en nuttige methode is voor rookstop, zeker wanneer die voldoende intensief wordt toegepast.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over stoppen met roken door hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij het aanpakken van stress

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij de behandeling van stress en stressklachten onderzocht en tonen veelbelovende resultaten:

  • “The Effectiveness of Hypnotherapy in Reducing Stress Levels” (Alizamar et al., 2018), gepubliceerd in Addictive Disorders & Their Treatment, onderzoekt of hypnotherapie helpt om stress te verminderen bij mensen die zich langdurig gespannen voelen.

    Zes deelnemers die aangaven veel stress te ervaren, volgden een reeks hypnotherapiesessies. Hun stressniveau werd zowel voor als na de sessies gemeten met behulp van wetenschappelijke meetinstrumenten. Na de sessies bleek dat bij alle deelnemers het stressniveau duidelijk was gedaald. De onderzoekers concluderen dat hypnotherapie een doeltreffende manier is om stress te verlagen.

  • “Group hypnosis for stress reduction and improved stress coping: a multicenter randomized controlled trial” (Silvia Fisch et al., 2020), gepubliceerd in BMC Complementary Medicine and Therapies, onderzocht of hypnose helpt om stress te verminderen bij volwassenen met hoge stressniveaus.

    Aan het onderzoek deden 95 mensen mee. De helft van hen volgde vijf hypnotherapie sessies verspreid over vijf weken. De andere helft kreeg enkel een boekje met informatie over stress.

    Na afloop van de sessies bleek uit vragenlijsten en wetenschappelijke metingen dat de hypnosegroep zich aanzienlijk minder gestrest voelde dan de controlegroep. Dat positieve effect bleef ook na drie maanden zichtbaar. De deelnemers rapporteerden daarnaast meer zelfvertrouwen, minder somberheid en een betere kwaliteit van leven.

    De onderzoekers concluderen dat hypnose een effectieve en meetbaar werkende methode is om stress te verlagen en beter met spanning om te gaan.

  • “Effects of a Brief Mindful Hypnosis Intervention on Stress Reactivity: A Randomized Active Control Study” (Elizabeth E. Slonena et al., 2021), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzoekt of een korte hypnose-oefening met mindfulness helpt om stressreacties te verminderen bij jongvolwassenen met verhoogde stress.

    In de studie namen 55 studenten deel. Ze werden willekeurig ingedeeld in twee groepen: een groep die een korte mindful-hypnosesessie kreeg, en een actieve controlegroep die cognitieve training volgde. Na een week kregen de deelnemers een tweede sessie en werden ze blootgesteld aan een gestandaardiseerde stresstest.

    Uit wetenschappelijke metingen bleek dat de hypnosegroep zich rustiger en meer ontspannen voelde dan de controlegroep. Ze ervaarden minder stress, meer ontspanning op korte termijn, en toonden een grotere toename in mindfulness. De deelnemers gaven bovendien aan dat de oefening makkelijk toe te passen was en als nuttig werd ervaren.

    De onderzoekers concluderen dat deze korte vorm van mindful hypnose een veelbelovende en toegankelijke methode is om stressreacties te verminderen en het gevoel van rust en focus te versterken.

  • “Mindful Hypnotherapy to Reduce Stress and Increase Mindfulness: A Randomized Controlled Pilot Study” (Nicholas Olendzki et al., 2020), gepubliceerd in International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht of mindful hypnotherapie stress kan verlagen bij mensen met verhoogde stressklachten.

    Aan het onderzoek deden 42 studenten mee. De deelnemers volgden acht wekelijkse individuele hypnose sessies van telkens één uur, ondersteund door dagelijkse zelfhypnose met audio-opnames.

    Uit wetenschappelijke metingen bleek dat de deelnemers in de hypnosegroep een sterke daling ervoeren in hun gevoel van stress en spanning, en tegelijk een duidelijke toename in hun vermogen om met aandacht in het moment te zijn. De therapie werd als haalbaar en positief ervaren, met een hoge therapietrouw en weinig uitval.

    De onderzoekers besluiten dat hypnotherapie een veelbelovende aanpak is om stress te verminderen en het bewustzijn en innerlijke rust te versterken.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over hypnose tegen stress.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij traumaverwerking - PTSS - PTSD

Verschillende peer-reviewed studies hebben de rol van hypnotherapie bij de behandeling van trauma onderzocht en tonen veelbelovende resultaten:

  • “Complementary and Alternative Medicine for Posttraumatic Stress Disorder Symptoms: A Systematic Review” (Helané Wahbeh et al., 2013), gepubliceerd in Journal of Evidence-Based Integrative Medicine, beoordeelde de wetenschappelijke onderbouwing van alternatieve therapieën voor mensen met posttraumatische stressstoornis (PTSS).

    In totaal werden 33 studies met samen 1329 deelnemers geanalyseerd. Hypnotherapie kwam daarbij naar voren als één van de meest veelbelovende alternatieve therapieën, met goede wetenschappelijke onderbouwing voor de vermindering van PTSS-klachten. De resultaten tonen aan dat hypnotherapie net zo effectief kan zijn als cognitieve gedragstherapie, en in sommige gevallen zelfs beter scoorde dan bepaalde medicijnen zoals slaapmiddelen.

    Hypnotherapie helpt mensen met PTSS om hun autonome zenuwstelsel tot rust te brengen en zich meer open te stellen voor verandering in gedachten, emoties en gedrag. De review raadt aan om hypnotherapie serieus te overwegen als alternatieve aanpak voor PTSS, naast methodes zoals meditatie, visualisatie en acupunctuur.

  • “A Meta-Analysis for the Efficacy of Hypnotherapy in Alleviating PTSD Symptoms” (Tudor-Ștefan Rotaru et al., 2016), gepubliceerd in het International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, onderzocht hoe goed hypnotherapie werkt bij het verminderen van symptomen van posttraumatische stressstoornis (PTSS).

    De analyse omvatte 6 experimentele studies. De resultaten toonden aan dat hypnotherapie een sterk positief effect had op PTSS-klachten na afloop van de behandeling. Ook vier weken later bleven de verbeteringen duidelijk merkbaar, en sommige studies toonden zelfs blijvend resultaat tot 12 maanden na de therapie.

    De onderzoekers concluderen dat hypnotherapie een effectieve methode is om PTSS-symptomen te verlichten, zowel op korte als op langere termijn.

  • “Use of hypnosis in the treatment of combat post traumatic stress disorder (PTSD)” (Eitan G. Abramowitz et al., 2013), gepubliceerd in het medische tijdschrift Harefuah, biedt een overzicht van de klinische toepassing van hypnose bij de behandeling van PTSS bij oorlogsveteranen.

    Klinische verslagen en observaties van de laatste twee eeuwen geven consistent aan dat hypnotherapie een effectieve methode is voor de behandeling van posttraumatische stressstoornis (PTSS). Pierre Janet was de eerste clinicus die het succesvolle gebruik van stapsgewijze hypnotische technieken bij de vermindering van PTSS-symptomen beschreef. Hypnose blijkt bijzonder geschikt voor patiënten met symptomen zoals angst, dissociatie, chronische pijnklachten en slaapproblemen.

  • “New uses of hypnosis in the treatment of posttraumatic stress disorder” (David Spiegel et al., 1990), gepubliceerd in het Journal of Clinical Psychiatry, onderzoekt de rol van hypnose bij de behandeling van posttraumatische stressstoornis (PTSS) en bespreekt waarom deze methode bijzonder geschikt is voor deze doelgroep.

    Hypnose wordt geassocieerd met de behandeling van PTSS om twee redenen: (1) de gelijkenis tussen hypnotische fenomenen en de symptomen van PTSS, en (2) het nut van hypnose als hulpmiddel in de therapie. Studies tonen aan dat veteranen met PTSS hogere dan gemiddelde hypnotiseerbaarheid vertonen, net zoals personen met een geschiedenis van fysiek misbruik in de kindertijd.

    Hypnotische technieken zijn bijzonder geschikt voor deze doelgroep omdat ze vaak sterk hypnotiseerbaar zijn. Hypnose biedt toegang tot herinneringen die anders buiten het bewustzijn blijven. De auteurs beschrijven hoe hypnose helpt bij het herstructureren van traumatische herinneringen. Ook wordt het aanleren van zelfhypnose aangemoedigd, zodat patiënten zelfstandig kunnen omgaan met intrusieve herinneringen.

  • “A Meta-Analysis of Hypnotherapeutic Techniques in the Treatment of PTSD Symptoms” (Siobhan K. O’Toole et al., 2016), gepubliceerd in het Journal of Traumatic Stress, onderzocht hoe effectief hypnotherapie is bij het verminderen van symptomen van posttraumatische stressstoornis (PTSS).

    De analyse keek naar 6 studies met in totaal 391 deelnemers. In alle zes studies bleek dat hypnotherapie een duidelijk positief effect had op PTSS-klachten zoals herbelevingen en vermijding. De effectgrootte varieerde enigszins afhankelijk van de methodologische kwaliteit van de studies, maar de resultaten bleven sterk en betekenisvol volgens de onderzoekers. Een publicatiebiasanalyse toonde zelfs aan dat er 290 niet-significante studies nodig zouden zijn om deze sterke bevindingen teniet te doen, wat de robuustheid van het resultaat nogmaals duidelijk onderstreept.

  • “The biobehavioural effectiveness of spiritual-hypnosis-assisted therapy in PTSD with childhood trauma” (Cokorda Bagus Jaya Lesmana et al., 2022), gepubliceerd in The Egyptian Journal of Neurology, Psychiatry and Neurosurgery, onderzoekt de effectiviteit van hypnotherapie bij volwassenen met PTSS door jeugdtrauma.

    In deze studie werden 29 deelnemers met PTSS door kindertijdtrauma willekeurig verdeeld over twee groepen: één groep kreeg één sessie hypnotherapie, de andere groep kreeg fluoxetine (20 mg/dag gedurende 1 maand). Na afloop bleek dat de groep die hypnose kreeg duidelijk betere resultaten liet zien in het verminderen van PTSS-symptomen dan de groep die medicatie kreeg. De verbeteringen in hun biologische stressniveaus werden gemeten via cortisol in het bloed.

    De sessie zelf richtte zich op het emotioneel verwerken van pijnlijke jeugdervaringen binnen een hypnotische trance. Deze aanpak bleek niet alleen effectief, maar ook betaalbaar en niet-medicamenteus.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina: Trauma verwerken door hypnose.

Wetenschappelijke ondersteuning voor zelfhypnose

Verschillende peer-reviewed studies hebben de effectiviteit van zelfhypnose onderzocht bij uiteenlopende gezondheidsklachten. De resultaten zijn veelbelovend: zelfhypnose blijkt niet alleen praktisch toepasbaar, maar ook klinisch doeltreffend, vaak met langdurige verbeteringen. Hieronder een overzicht van recente wetenschappelijke publicaties die deze bevindingen ondersteunen:

  • “Clinical applications of self-hypnosis: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials” (Adam D. Eason et al., 2019), gepubliceerd in Psychology of Consciousness: Theory, Research, and Practice, biedt een overzicht van 22 gecontroleerde onderzoeken naar de klinische toepassing van zelfhypnose.

    De meta-analyse toont aan dat zelfhypnose een middelgroot tot groot effect heeft bij uiteenlopende klachten zoals pijn, stress, angst, bevalling en pediatrische toepassingen. De auteurs concluderen dat zelfhypnose het meest effectief blijkt wanneer het wordt aangeleerd als een zelfstandige vaardigheid. De resultaten suggereren dat zelfhypnose een krachtige en zelfstandig toepasbare interventie is binnen een klinische context.

  • “Self-hypnosis for sleep disturbances in menopausal women” (Julie L. Otte et al., 2020), gepubliceerd in Journal of Women’s Health, bespreekt een gerandomiseerde gecontroleerde studie naar het gebruik van zelfhypnose bij slaapklachten tijdens de menopauze.

    In deze studie namen 90 vrouwen deel die kampten met slechte slaapkwaliteit, vaak in combinatie met opvliegers (hot flashes). De deelnemers werden getraind in het toepassen van zelfhypnose en kregen richtlijnen om dagelijks te oefenen.

    De resultaten over tijd toonden aan dat tussen de 50% en 77% van de vrouwen klinisch betekenisvolle verbeteringen rapporteerden in hun slaapbeleving. Er was een significante stijging in het aantal minuten slaap en een daling in de ervaren slaapklachten. De tevredenheid over het programma was hoog en de opvolging overschreed de verwachte normen. Deze bevindingen ondersteunen het gebruik van zelfhypnose als een haalbare en doeltreffende methode om slaapklachten te verlichten.

  • “A randomized controlled trial of hypnosis compared with biofeedback for adults with chronic low back pain” (Gabriel Tan et al., 2015), gepubliceerd in European Journal of Pain, vergelijkt de effectiviteit van verschillende vormen van zelfhypnose met biofeedback bij volwassenen met chronische lage rugpijn.

    Aan de studie namen 100 veteranen deel met aanhoudende rugklachten. Ze werden willekeurig verdeeld over vier groepen: groep 1 kreeg sessies met zelfhypnose zonder audio-opnames, groep 2 kreeg sessies met zelfhypnose en audio-opnames voor thuisgebruik, groep 3 kreeg twee sessies met zelfhypnose en audio-opnames voor thuisgebruik alsook wekelijkse telefonische herinneringen, en groep 4 (controlegroep) kreeg sessies met biofeedback zonder zelfhypnose.

    De zelfhypnosegroepen als geheel lieten een grotere afname in pijnintensiteit zien dan de controlegroep. Meer dan de helft van de deelnemers in de zelfhypnosegroepen meldde een klinisch significante daling in pijnintensiteit, en deze verbetering bleef behouden tot minstens zes maanden na afloop van de therapie.

    De auteurs concluderen dat zelfs een korte zelfhypnose interventie van twee sessies met begeleidende audio-opnames vergelijkbare effecten kan opleveren als een intensievere achtweekse behandeling, wat belangrijke implicaties heeft voor de toegankelijkheid van zelfhypnose bij chronische pijn.

  • “Make me more comfortable: effects of a hypnosis session on pain perception in chronic pain patients” (David Ogez et al., 2024), gepubliceerd in Frontiers in Psychology, onderzoekt de effecten van een zelfhypnoseprogramma bij mensen met chronische pijn.

    De studie omvatte 18 deelnemers. De sessies werden begeleid via videoconferenties en ondersteund met audio-opnames en wekelijkse oefengroepen voor thuisgebruik.

    De resultaten lieten na één enkele sessie al significante dalingen zien in pijn- en angstscores, en een toename in ontspanning. De directe effecten van zelfhypnose bleven behouden bij metingen na 6 maanden. Bij een aantal deelnemers (11/18) werden bovendien ook tendensen tot verbetering vastgesteld in fysieke kwaliteit van leven. De studie bevestigt dat zelfhypnose bijdraagt aan directe verlichting van pijn en spanning.

  • “The role of clinical hypnosis and self-hypnosis to relief pain and anxiety in severe chronic diseases in palliative care“ (Brugnoli et al., 2018), gepubliceerd in Annals of Palliative Medicine, onderzocht het effect van langdurige hypnose en zelfhypnose bij 50 patiënten met ernstige chronische aandoeningen in palliatieve zorg.

    Gedurende twee jaar volgde de helft van de patiënten een hypnoseprogramma, de andere helft kreeg enkel standaard medicatie. Na 1 en 2 jaar bleek de hypnosegroep aanzienlijk minder pijn en angst te ervaren dan de controlegroep. De daling in pijn en angst was statistisch zeer significant, en de hypnosegroep had ook vier keer minder kans om meer medicatie nodig te hebben. De studie toont aan dat hypnose en zelfhypnose een doeltreffende aanvullende aanpak kunnen zijn bij langdurige pijn en angst bij mensen met ernstige aandoeningen.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina: Zelfhypnose leren bij een hypnotherapeut.

Wetenschappelijke ondersteuning voor hypnose bij zelfvertrouwen - zelfzekerheid - eigenwaarde

Verschillende peer-reviewed studies hebben aangetoond dat hypnotherapie een krachtige rol kan spelen in het versterken van het zelfvertrouwen en zelfbeeld bij uiteenlopende doelgroepen:

  • “Clinical hypnosis and cognitive–behaviour therapy in the treatment of a young woman with anxiety, depression, and self-esteem issues” (Elke Kellis, 2010), gepubliceerd in de Australian Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft de behandeling van een 27-jarige vrouw, Anthea, die na een verbroken verloving kampte met een laag zelfbeeld, perfectionisme en onzekerheid over haar identiteit. (Het volledig artikel is helaas enkel toegankelijk via een betaald abonnement.)

    De hypnosesessie bevatte suggesties voor ego-versterking, vergeving van zelfkritiek, en een focus op groei en toekomstgerichtheid. Hoewel ze de hypnose slechts tweemaal gebruikte, merkte ze nadien een grotere innerlijke rust op, minder onrustig gedrag en een sterker gevoel van zelfcontrole. Haar zelfvertrouwen nam zichtbaar toe, wat zich uitte in hernieuwde sociale verbindingen en het herstellen van haar liefdesrelatie.

    Deze casestudie onderstreept hoe hypnose het zelfvertrouwen duurzaam kan versterken. Door diepgewortelde overtuigingen te herschrijven, het zelfbeeld positief te beïnvloeden en de cliënt een directe ervaring van innerlijke kracht te geven, blijkt hypnose een krachtig middel voor wie worstelt met een negatief zelfbeeld.

  • “Treating physical pain and low self-esteem with hypnosis: A case study” (Catherine Suey, 2010), gepubliceerd in de Australian Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, beschrijft een casestudie waarbij hypnose werd ingezet ter ondersteuning van het zelfbeeld, stresshantering en pijnmanagement bij een patiënt met lichamelijke klachten.

    De behandeling begon met cognitieve gedragstherapie, gericht op het versterken van zelfvertrouwen en het omgaan met stress. Hypnose werd toegevoegd als versterkend element in de latere fases van de therapie en bleek positieve effecten te hebben op het zelfbeeld, het functioneren op het werk en het algemeen welzijn van de cliënt.

    Deze casestudie laat zien dat hypnose een duidelijke impact kan hebben op het versterken van het zelfvertrouwen. Door de combinatie van cognitieve technieken met hypnotische suggesties werd het zelfbeeld van de cliënt voelbaar versterkt, wat leidde tot een betere levenskwaliteit.

  • “Self-Hypnosis Relapse Prevention Training with Chronic Drug/Alcohol Users: Effects on Self-Esteem, Affect, and Relapse” (Ronald J. Pekala et al., 2004), gepubliceerd in The American Journal of Clinical Hypnosis, evalueert het effect van hypnose op zelfbeeld, emotioneel welzijn en hervalpreventie bij 261 veteranen.

    Deelnemers werden willekeurig toegewezen aan 4 groepen: een hypnosegroep, een cognitief-gedragstherapeutische groep, een stressmanagementgroep, en een controlegroep. De metingen gebeurden vóór en na de interventie, en opnieuw na 7 weken.

    Bij de follow-up bleek dat deelnemers in de zelfhypnosegroep significant hogere niveaus van zelfvertrouwen en innerlijke rust rapporteerden, en minder boosheid en impulsiviteit vertoonden. Deze positieve effecten werden niet waargenomen in de andere interventiegroepen. Deze grootschalige studie benadrukt het belang van hypnose om het zelfbeeld te versterken en emotionele balans te bevorderen bij mensen met een kwetsbare mentale toestand.

  • “Self-Hypnosis Training to Improve Self Confidence in Students for Speaking in Public” (Tri Muji Ingarianti et al., 2017), gepubliceerd in de Proceedings of the 3rd International Conference on Education and Training (ICET 2017), onderzocht het effect van zelfhypnose op het zelfvertrouwen van studenten bij spreken in het openbaar.

    De studie gebruikte een experimenteel design met een groep studenten die vooraf en na afloop werd getest. Het zelfvertrouwen werd gemeten met een wetenschappelijke vragenlijst over spreken in het openbaar, die een betrouwbaar beeld gaf van hoe zeker studenten zich voelden. Statistische analyse met de Wilcoxon Signed Ranks Test toonde een significante toename in zelfvertrouwen bij spreken in het openbaar na de zelfhypnosetraining.

    Deze studie toont aan dat hypnose een laagdrempelige en effectieve methode is om het zelfvertrouwen van studenten te versterken in stressvolle prestatiegerichte situaties zoals presentaties.

  • “Randomized controlled trial of a group intervention combining self-hypnosis and self-care: secondary results on self-esteem, emotional distress and regulation, and mindfulness in post-treatment cancer patients” (Marie Elisabeth Faymonville et al., 2021), gepubliceerd in Quality of Life Research, onderzocht het effect van een groepsprogramma met zelfhypnose en zelfzorg op 95 vrouwen.

    De deelnemers werden verdeeld over een interventiegroep en een controlegroep. De interventiegroep volgde een reeks sessies waarin hypnose werd gecombineerd met zelfzorgtechnieken.

    Na afloop bleek dat de vrouwen in de hypnosegroep een toename rapporteerden in zelfvertrouwen, een afname van emotionele stress, een beter gebruik van gezonde emotieregulatiestrategieën en een sterkere ontwikkeling van mindfulnessvaardigheden.

    Deze studie toont aan dat hypnose niet alleen bijdraagt aan het emotioneel herstel, maar ook op een diepere manier het zelfbeeld kan ondersteunen en versterken.

  • “Hypnosis therapy for self-esteem in pediatric neurology practice: A pilot exploratory study” (Margaux Hazard et al., 2021), gepubliceerd in Frontiers in Pediatrics, onderzocht de haalbaarheid en het effect van hypnose op het zelfbeeld van kinderen.

    De studie omvatte elf kinderen met een gemiddelde leeftijd van 12 jaar, allen met een laag zelfbeeld vastgesteld tijdens de medische opvolging. Ze ondergingen hypnosesessies die gericht waren op het versterken van het zelfvertrouwen.

    De evaluatie gebeurde via wetenschappelijke vragenlijsten (de Jodoin 40-schaal). Daarnaast gaven de kinderen zelf een score aan hun zelfvertrouwen op een schaal van 0 tot 10. Uit de resultaten bleek dat het zelfbeeld na afloop van de sessies significant was toegenomen, zowel op de Jodoin 40-schaal als op de zelfingeschatte score.

    De studie toont aan dat hypnose ook binnen de kinderneurologie toepasbaar is. Zelfs bij kinderen met ADHD — vaak gezien als moeilijk hypnotiseerbaar — was het effect merkbaar. Hypnose blijkt bovendien niet alleen veilig, maar ook kosteneffectief, en kan zonder voorafgaande training worden ingezet. Deze studie onderstreept het potentieel van hypnose als een waardevol instrument in het versterken van zelfvertrouwen. Het stelt hen in staat zichzelf niet langer te zien als “patiënt,” maar als een volwaardig individu met toekomstperspectief.

Voor informatie over sessies, prijzen en hoe wij jou kunnen helpen, bekijk onze pagina over hypnose voor meer zelfvertrouwen.

Isa Kose kijkt glimlachend naar de camera.

Auteur: Isa Kose

Isa Kose, gecertificeerd hypnotherapeut, staat bekend om zijn deskundigheid en empathische aanpak. Hij bevordert persoonlijke groei en wordt erkend voor zijn bijdragen aan hypnotherapie.

Heb je nog een vraag?

Vul het formulier in en we helpen je zo snel mogelijk verder.

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.